Het causaal verband en de gevalsvergelijking bij onrechtmatige daad

Meer artikelen over:Cassatie
Joost Luiten
Joost Luiten Advocaat

Het arrest van de Hoge Raad van 9 juni jl. (ECLI:NL:HR:2017:1053) is een mooi en leerzaam staaltje van ‘gevalsvergelijking’, de methode waarmee het causaal verband tussen een onrechtmatige gedraging en de geleden schade moet worden vastgesteld.

Onrechtmatige daad door ‘leeghalen’ onderneming en benadelen schuldeisers

De oorsprong van deze zaak is een noodlottige aandelentransactie uit 1995 die tot verscheidene procedures heeft geleid. Rixtel Assuradeuren B.V. (‘Rixtel’) kocht van Hofstad Beheer B.V. (‘Hofstad’) alle aandelen in verzekeringstussenpersoon De Provinciale. Vervolgens heeft Rixtel diezelfde dag de verzekeringsportefeuille van De Provinciale aan zichzelf verkocht en geleverd. De koopsom die Rixtel aan haar dochter De Provinciale zou betalen, werd echter niet voldaan, waardoor De Provinciale met enkel passiva achterbleef en failliet ging. Dit had gevolgen voor Hofstad, omdat De Provinciale nog een rekening-courantschuld aan Hofstad had van ruim vijfhonderdduizend gulden. Deze vordering kon na het faillissement van De Provinciale niet meer worden geïnd.

Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat Rixtel onrechtmatig handelde jegens Hofstad door als eigenaar van De Provinciale de verzekeringsportefeuille van die onderneming als het ware aan zichzelf te verkopen en leveren, zonder daarvoor de koopsom te betalen, waardoor De Provinciale failliet ging en de vordering van Hofstad oninbaar werd. De vordering van Hofstad werd echter niet toegewezen, omdat het causaal verband tussen de door Hofstad geleden schade en het onrechtmatig handelen van Rixtel zou ontbreken. Het Hof overwoog daartoe dat De Provinciale ten tijde van de aandelentransactie financieel in zeer zwaar weer verkeerde. Hofstad had naar het oordeel van het Hof onvoldoende onderbouwd waarom De Provinciale, ondanks haar financiële toestand, in staat zou zijn geweest om de rekening-courant schuld aan Hofstad af te lossen als de onderneming niet onrechtmatig door Rixtel was leeggehaald.

Vaststelling causaal verband door gevalsvergelijking

Dit oordeel houdt in cassatie geen stand. Aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad vereist dat er een causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige gedraging en de geleden schade. De onrechtmatige gedraging moet een voorwaarde zijn zonder welke het gevolg (de schade) niet zou zijn ingetreden, een zogeheten ’condicio sine qua non’.  Om te beoordelen of dit causaal verband bestaat wordt een vergelijking gemaakt tussen de feitelijke situatie en de hypothetische situatie zonder de onrechtmatige gedraging.

Het Hof heeft deze toetsing niet juist uitgevoerd volgens de Hoge Raad. Het heeft zich namelijk te zeer beperkt tot de vraag of De Provinciale zonder de (onrechtmatige) activatransactie voldoende winst zou hebben gegenereerd om de vordering van Hofstad te voldoen. Daarbij heeft het onvoldoende oog gehad voor de stelling van Hofstad dat juist door de verkoop van de verzekeringsportefeuille en het onbetaald blijven van de koopsom verhaalsmogelijkheden voor Hofstad verloren zijn gegaan. In het hypothetische geval dat die transactie niet zou hebben plaatsgevonden, zou Hofstad zich mogelijk hebben kunnen verhalen op de verzekeringsportefeuille van De Provinciale. In het alternatieve (evenzeer hypothetische) geval dat de transactie wel doorgang had gevonden en Rixtel netjes de koopsom zou hebben voldaan – waardoor de transactie haar onrechtmatige karakter zou verliezen – had Hofstad zich mogelijk op die koopsom kunnen verhalen.  Doordat het Hof deze verhaalsmogelijkheden niet in zijn beoordeling heeft betrokken, is het ofwel uitgegaan van een verkeerde rechtsopvatting, ofwel heeft het zijn oordeel niet begrijpelijk gemotiveerd.

Conclusie

Echt nieuwe inzichten biedt dit arrest niet, maar het is wel een mooi voorbeeld van de gevalsvergelijking waarmee het voor een onrechtmatige daad vereiste causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging en de schade, de ‘condicio sine qua non’, moet worden vastgesteld. Het Hof had zich in deze zaak in de ogen van de Hoge Raad te zeer beperkt tot de financiële toestand van De Provinciale in de hypothetische situatie, zonder voldoende oog te hebben voor de specifieke met de onrechtmatige transactie gemoeide verhaalsmogelijkheden die Hofstad mogelijk had kunnen benutten.

Voor Hofstad lijkt dit arrest een grote stap in de richting van schadevergoeding. Na verwijzing zal het Hof Amsterdam echter het laatste woord moeten uitspreken, waardoor deze zaak vermoedelijk haar 23e verjaardag nog wel zal zien.