Wanneer zijn licenties voor standaard-essentiële octrooien FRAND?

Huawei/ZTE in de praktijk en kaders van het mededingingsrecht

In het arrest van 16 juli 2015 in de zaak Huawei/ZTE (ECLI:EU:C:2014:477), heeft het Hof van Justitie van de EU een belangrijke koerswijziging ingeleid op het gebied van FRAND-licenties bij standaard-essentiële octrooien (zogeheten SEO’s) en het leerstuk van misbruik van machtspositie. Hierbij gaat het om octrooien die rusten op gestandaardiseerde technologieën, zoals bijvoorbeeld bij USB, WiFi, 3G en 4G het geval is.

Houders van SEO’s zijn, gegeven dat er sprake is van een machtspositie, op grond van het mededingingsrecht gehouden om licenties voor het gebruik van deze gestandaardiseerde technologieën tegen redelijke en non-discriminatoire (fair, reasonable and non-discriminatory ofwel “FRAND”) voorwaarden te verstrekken. Als een SEO-houder weigert licenties te verstrekken, kan dit tot significante concurrentieverstoring leiden. Dit, omdat ondernemingen in dat geval geen gebruik kunnen maken van een octrooi dat noodzakelijk is om aan een bepaalde industriestandaard te voldoen. Hiermee kunnen concurrenten van de markt worden gehouden, waardoor het weigeren van een FRAND-licentie onder omstandigheden tot misbruik van machtspositie kan leiden.

Waar het voorheen aan de partij was die van de gestandaardiseerde technologie gebruik wilde maken om zelf de octrooihouder te benaderen voor een FRAND-licentie, is met het Huawei/ZTE-arrest de bal bij de octrooihouder gelegd. Het is nu aan de octrooihouder om het initiatief te nemen en de gebruiker van een SEO een aanbod voor een licentie te doen (dat aan FRAND voorwaarden beantwoordt). Dit plaatst partijen in nationale procedures voor de vraag hoe deze toets in de praktijk moet worden toegepast en met name hoe moet worden beoordeeld of een aanbod FRAND is.

In het artikel dat Gijs van Midden en David Mulder voor het Tijdschrift Mededingingsrecht in de Praktijk hebben geschreven, bespreken zij de ontwikkelingen in verschillende Europese landen van na het Huawei/ZTE-arrest. Daarbij komen onder andere de vragen aan bod wanneer een aanbod voor een licentie nu daadwerkelijk FRAND is, op welke partij de last rust om te bewijzen dat een aanbod FRAND is en welke kaders het mededingingsrecht daarbij stelt.

Bekijk deze publicatie (.pdf)