Het vermogen van AI om binnen enkele seconden hele teksen, beelden en geluid te produceren houdt de juridische wereld op verschillende vlakken bezig. Wat betreft intellectuele eigendom gaat de discussie vooral over de vraag of door AI gegenereerde output auteursrechtelijk beschermd kan zijn. Veel aandacht gaat ook naar de vraag of ontwikkelaars van AI systemen toestemming nodig hebben (gehad) om deze systemen te trainen met auteursrechtelijk beschermde werken.
In deze blog staan wij stil bij een minder belicht, maar voor de praktijk cruciaal onderwerp: de aansprakelijkheid voor AI‑inbreuk en onrechtmatige AI‑output.
Wanneer maakt AI inbreuk?
AI gegenereerde output is hetgeen AI daadwerkelijk creëert. Dit kan bestaan uit een tekst, maar ook beeld- of geluidsmateriaal.
Op dit moment maakt de toepasselijke wetgeving geen onderscheid tussen een ‘normale’ inbreuk en een inbreuk die veroorzaakt wordt door AI output. Dit betekent dat de bestaande inbreukcriteria ook van toepassing zijn op AI output.
Met name op het gebied van productvormgeving en reclame kan AI output al snel inbreukmakend zijn. Wanneer AI wordt gebruikt voor productvormgeving, is het mogelijk dat de AI output teveel lijkt op eerder bestaande vormgeving. Dit zal met name het geval zijn wanneer de AI input is getraind op materiaal dat beschermd wordt door een IE-recht of wanneer het AI systeem gevraagd wordt output zoveel mogelijk te laten lijken op een bestaand werk (bijv. “ontwerp een schoen in de stijl van Nike”).
Ook op het vlak van reclame kan AI output een inbreuk opleveren. Een door AI gegenereerde reclamespot of promotiefilmpje kan onbedoeld bestaande merken in beeld brengen of audio/visueel materiaal gebruiken dat té dicht op beschermd materiaal zit.
Wanneer is AI onrechtmatig?
Het is niet uitgesloten dat AI output, zelfs als deze geen inbreuk maakt op IE-rechten, op een andere manier onrechtmatig kan zijn. Zo kan AI output een vertekend beeld geven van een bepaald product of dienst, wanneer het bepaalde eigenschappen in werkelijkheid niet blijkt te bevatten. Onder omstandigheden kan dat vertekende beeld de consument misleiden, zeker wanneer een al te rooskleurige voorstelling van de kwaliteit of prestaties van een product of dienst wordt gegeven.
Wie draagt de aansprakelijkheid?
Hoewel het in eerste instantie logisch lijkt dat de aanbieder van een AI-systeem aansprakelijk is voor AI-inbreuken of onrechtmatige daden, zullen ook partijen die de AI output bedrijfsmatig gebruiken aangesproken kunnen worden.
Voor AI inbreuken geldt dat in principe ieder partij die betrokken is bij een inbreuk verplichtingen kan hebben tegenover de rechthebbende van een intellectueel eigendomsreht. Dit kan de hele handelsketen betreffen. Zo kan de rechthebbende bijvoorbeeld de fabrikant van inbreukmakende producten aanspreken, maar ook de distributeur en de verkoper daarvan. Wanneer een product uit de handel moet worden gehaald, leidt dat vaak tot significante kosten.
Voor reclame zal de aangesproken partij veelal de onderneming zijn die reclame maakt voor een product of dienst. Hier ligt het minder voor de hand dat de rechthebbende zich rechtstreeks tot een reclamebureau of marketingbureau wendt dat betrokken is geweest bij de inbreukmakende AI output.
Bij de AI onrechtmatige daad is in beginsel de handelaar aansprakelijk, ofwel de partij die het product aan consumenten verkoopt.
Risico’s contractueel beheren
Het is belangrijk dat ondernemingen goed nadenken wie het risico van de AI inbreuk en AI onrechtmatige daad moet dragen. In algemene voorwaarden of contracten kunnen bepalingen worden opgenomen die het risico verleggen van de ene naar de andere partij. Ook kan bepaald worden dat de onderlinge aansprakelijkheid tot een zeker maximum beperkt wordt.
BarentsKrans helpt u graag te beoordelen of de aansprakelijkheid en risico’s van AI‑inbreuk en onrechtmatige AI‑output goed zijn geregeld in uw contracten.. Voor verdere vragen kunt u contact opnemen.