Versnelling van de juridische procedure bij bouwprojecten
Woningbouwprojecten lopen vaak vertraging op vanwege de lange doorlooptijd van bezwaar- en beroepsprocedures. De lange duur van woningbouwprojecten draagt bij aan het ontstaan van een woningtekort en een forse woningbouwopgave. Om dit op te lossen heeft de Tweede Kamer op 3 juli 2025 het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting aangenomen. [1]
Hoe werkt de Wet versterking regie volkshuisvesting?
Een belangrijk en ingrijpend onderdeel van de Wet versterking regie volkshuisvesting is de introductie van een versnelde rechtsgang voor bepaalde woningbouwprojecten. In plaats van de gebruikelijke beroepsprocedure in twee instanties (eerst bij de rechtbank en daarna eventueel hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling)), wordt het in aangewezen gevallen mogelijk om direct beroep in te stellen bij de Afdeling. Dit wordt het ‘beroep in één instantie’ genoemd.
Schematische weergave Wet versterking regie volkshuisvesting
Hieronder een schematische weergave van de huidige situatie en de situatie na ingang van de Wet versterking regie volkshuisvesting.
Schema huidige situatie bezwaar- en beroepsprocedures
Schema nieuwe situatie Wet versterking regie volkshuisvesting
Zes maanden voor duidelijkheid: ambitie versus realiteit
Voor aangewezen besluiten geldt bovendien dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes maanden uitspraak moet doen (net als voorheen onder de Crisis- en Herstelwet). Deze vaste termijn moet bijdragen aan de gewenste versnelling en biedt initiatiefnemers eerder duidelijkheid over de juridische houdbaarheid van hun project. Onder de vroegere Crisis- en Herstelwet was deze termijn vaak niet haalbaar. De vraag is dan ook of deze termijn praktisch gezien nu wel haalbaar zal zijn gelet op de huidige grote werklast bij de Afdeling.
Doel van de Wet versterking regie volkshuisvesting
Het doel van de wijziging is om procedures te versnellen voor projecten die als urgent en van zwaarwegend maatschappelijk belang worden beschouwd, zoals woningbouwprojecten die bijdragen aan het oplossen van het woningtekort of de energietransitie. De mogelijkheid om deze versnelde route toe te passen, wordt vastgelegd in de wet, maar de daadwerkelijke aanwijzing van de projecten waarvoor dit geldt, zal plaatsvinden via een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Pas zodra een projectcategorie bij AMvB is aangewezen, geldt voor die besluiten de nieuwe route.
Voor onder andere projectontwikkelaars betekent dit dat de juridische beroepsprocedure aanzienlijk korter kan worden. De stap via de rechtbank wordt overgeslagen, waardoor er sneller duidelijkheid is over de juridische houdbaarheid van een besluit, zoals een omgevingsvergunning. De ervaring leert dat de beroepsfase toch al snel een jaar in beslag neemt. Daarom zou dit ook moeten leiden tot een afname van de kans op langdurige vertraging van een project.
Overgangsrecht
De Wet versterking regie volkshuisvesting voorziet daarnaast in overgangsrecht om juridische zekerheid te waarborgen. De nieuwe procedure met beroep in één instantie geldt alleen voor besluiten die zijn bekendgemaakt ná de inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur waarin dat besluit wordt aangewezen. Voor besluiten die al eerder zijn genomen, blijft kort gezegd de “oude” reguliere beroepsprocedure van kracht. Hiermee wordt voorkomen dat lopende procedures onder een nieuw wettelijk regime vallen, wat voor onzekerheid zou kunnen zorgen bij zowel initiatiefnemers als belanghebbenden. Ook voor besluiten die tijdens de looptijd van de aanwijzing zijn genomen, blijft het versnelde proces gelden tot het besluit onherroepelijk is. Zo ontstaat een duidelijke en stabiele rechtsgang gedurende de hele levensduur van een besluit, ongeacht eventuele latere wijzigingen in de regelgeving. Dit overgangsrecht is essentieel voor een betrouwbare toepassing van de nieuwe regels en biedt houvast bij de planning van projecten.
Eerste Kamer
Hoewel de Wet versterking regie volkshuisvesting inmiddels door de Tweede Kamer is aangenomen, moet de Eerste Kamer nog instemmen. Ook moet nog worden vastgesteld op welke categorieën van besluiten het beroep in één instantie precies van toepassing zal zijn. Op 8 juli 2025 bespreekt de Eerste Kamercommissie de procedure. Het is nog onduidelijk wanneer de Eerste Kamer zal stemmen over het wetsvoorstel. De inwerkingtreding van dit deel van de wet hangt dus nog af van politieke besluitvorming en uitwerking in lagere regelgeving.
[1] Kamerstukken II, 2023/2024, 36512, 2.

