De voorgestelde Derde Richtlijn Betalingsdiensten (PSD3) zal het Europese prudentiële kader voor betaalinstellingen (PI’s) en elektronischgeldinstellingen (EMI’s) ingrijpend herzien.
Om te beginnen zal het onderscheid tussen betaal- en elektronischgeldinstellingen verdwijnen. De uitgifte van elektronisch geld wordt een betaaldienst en uitgevende instellingen van elektronisch geld worden aangemerkt als betaalinstellingen.
Voor instellingen die reeds beschikken over een vergunning op grond van de herziene Richtlijn Betalingsdiensten (PSD2) en de herziene Richtlijn Elektronisch Geld (EMD2), roept dit een belangrijke praktische vraag op: wat gebeurt er met hun bestaande vergunning zodra PSD3 in werking treedt?
Op basis van de meest recente tekst leidt de overgang naar een PSD3-vergunning niet tot een volledige hervergunningsprocedure voor instellingen die momenteel vergund zijn onder PSD2. Artikelen 44 en 45 PSD3 voorzien in een overgangsregeling op grond waarvan bestaande betaal- en elektronischgeldinstellingen de diensten waarvoor zij momenteel zijn vergund mogen blijven verrichten, mits bepaalde informatie aan de toezichthouder wordt verstrekt.
Overgangsperiode onder PSD3 voor bestaande betaal- en elektronischgeldinstellingen
Betaalinstellingen
Op grond van het voorgestelde artikel 44 PSD3 mogen betaalinstellingen die reeds beschikken over een vergunning onder PSD2 de betaaldiensten waarop hun bestaande vergunning betrekking heeft blijven verrichten tot 27 maanden na de inwerkingtreding van PSD3. Gedurende die periode hoeven zij geen nieuwe vergunning als bedoeld in artikel 3 PSD3 aan te vragen.
Gedurende deze periode van 27 maanden dient de instelling de toezichthouder de in artikel 3, lid 3, PSD3 genoemde informatie te verstrekken. Op basis van deze informatie zal de toezichthouder beoordelen of de instelling voldoet aan de vereisten van Titel II PSD3.
Indien de toezichthouder heeft vastgesteld dat aan deze vereisten wordt voldaan, wordt de instelling geacht te zijn vergund onder PSD3 en opgenomen in de relevante PSD3-registers. Indien de instelling de vereiste informatie niet verstrekt, of indien de toezichthouder de juistheid daarvan niet heeft kunnen verifiëren, kunnen de door de instelling verrichte diensten worden opgeschort totdat de ontbrekende informatie is verstrekt en geverifieerd.
Elektronischgeldinstellingen
Voor op grond van EMD2 vergunde elektronischgeldinstellingen geldt een vergelijkbaar regime. Artikel 45 PSD3 staat bestaande elektronischgeldinstellingen toe hun activiteiten voort te zetten gedurende een overgangsperiode van 27 maanden, mits zij aantonen dat zij voldoen aan de nieuwe vergunningsvereisten van PSD3.
Artikel 45 PSD3 faciliteert echter de omzetting van een vergunningscategorie voor elektronischgeldinstellingen die onder PSD3 niet langer zal bestaan. Onder het nieuwe kader wordt de uitgifte van elektronisch geld aangemerkt als een afzonderlijke betaaldienst (betaaldienst 8) in plaats van een afzonderlijk vergunningstelsel. Als gevolg daarvan zullen vergunde elektronischgeldinstellingen binnen PSD3 worden aangemerkt als betaalinstellingen en worden vergund voor de specifieke dienst inzake de uitgifte van elektronisch geld die zij verrichten.
Van belang is daarbij dat het onder EMD2 mogelijk is voor elektronischgeldinstellingen om naast de uitgifte van elektronisch geld tevens betaaldiensten te verrichten onder de reikwijdte van de EMI-vergunning. Deze systematiek lijkt onder PSD3 te verdwijnen, aangezien de uitgifte van elektronisch geld een afzonderlijke betaaldienst wordt. Voormalige elektronischgeldinstellingen die uitsluitend zijn vergund voor de uitgifte van elektronisch geld (nieuwe betaaldienst 8) zal daardoor niet automatisch bevoegd zijn om andere betaaldiensten te verrichten die samenhangen met de uitgifte van elektronisch geld, zoals acquiring, geldovermakingen of de uitvoering van betalingstransacties. Voor dergelijke diensten lijkt een afzonderlijke vergunningverlening onder PSD3 vereist zijn. Tegen deze achtergrond lijken zowel artikel 44 als artikel 45 PSD3 relevant voor bestaande elektronischgeldinstellingen.
Welke informatie moet worden verstrekt voor autorisatie onder PSD3?
De artikelen 44 en 45 PSD3 verwijzen naar de informatie als bedoeld in artikel 3 (3) PSD3 die bestaande betaal- en elektronischgeldinstellingen – afhankelijk van de specifieke betaaldiensten die zij verrichten – in het kader van de overgangsregeling moeten verstrekken. Dit omvat onder meer informatie over het aanvangskapitaal, de naleving van DORA en de vereiste beschermingsmaatregelen ten aanzien van gelden van de betaaldienstgebruikers.
Hoewel de artikelen 44 en 45 PSD3 uitdrukkelijk verwijzen naar de informatievereisten uit artikel 3 (3) PSD3, lijkt de uiteindelijke beoordeling door de toezichthouder en breder te zijn gericht op de naleving van de vereisten uit Titel II PSD3. Dit volgt uit artikel 44 (1), en artikel 45 (2) PSD3, waarin is bepaald dat instellingen worden geacht overeenkomstig artikel 13 PSD3 te zijn vergund en overeenkomstig de artikelen 17 en 18 PSD3 te zijn geregistreerd nadat de toezichthouder heeft vastgesteld dat zij voldoen aan Titel II PSD3. Titel II bevat een breed scala aan verplichtingen en beperkt zich niet tot de genoemde informatievereisten uit artikel 3 (3) PSD3.
Betaalinstellingen doen er daarom verstandig aan de overgang niet uitsluitend te benaderen als een administratieve verplichting tot het aanleveren van documenten uit 3 (3) PSD3. Het verstrekken van uitsluitend de zeven uitdrukkelijk genoemde informatiecategorieën biedt mogelijk onvoldoende zekerheid dat de instelling daarmee door de toezichthouder geacht wordt overeenkomst artikel 13 te zijn vergund onder PDS3 na het verstrijken van de 27 maanden.
PSD3-vergunning en naleving van DORA
Zoals verwacht, gelet op de toenemende aandacht voor ICT-risico’s binnen de financiële sector, ziet een deel van de informatie die op grond van de artikelen 44 en 45 PSD3 moet worden verstrekt op het ICT-risicokader en de naleving van DORA.
Voor betaal- en elektronischgeldinstellingen betekent dit dat de voorbereiding op de overgang naar PSD3 en de implementatie van DORA niet als afzonderlijke trajecten moeten worden beschouwd. Werkzaamheden die reeds in het kader van DORA zijn verricht, kunnen een belangrijk onderdeel vormen van het bewijsmateriaal dat nodig is voor de overgang naar PSD3. Instellingen dienen echter te verifiëren dat hun DORA-documentatie adequaat is geïntegreerd in het bredere beleids- en beheersingskader en gereed is voor beoordeling in het kader van de PSD3-autorisatie.
Tijdslijn en beoordeling voor bestaande betaalinstellingen en instellingen voor elektronisch geld
De exacte deadlines zijn nog niet bekend. De overgangsperiode van 27 maanden is gekoppeld aan de datum van inwerkingtreding van PSD3. De richtlijn zal in werking treden op de twintigste dag na bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. De concrete termijnen kunnen daarom pas worden vastgesteld nadat de definitieve richtlijn is vastgesteld en gepubliceerd.
Hoewel PSD3 nog niet definitief is vastgesteld, doen betaal- en elektronischgeldinstellingen er verstandig aan reeds te beoordelen of hun bestaande vergunningsdossier omtrent PSD2 voldoen aan de toekomstige vereisten. Gelet op de mogelijke opschorting van diensten indien niet tijdig aan de vereisten wordt voldaan, is het raadzaam tijdig met de voorbereidingen te beginnen.
Belangrijkste takeaways
- Na de inwerkingtreding van PSD3 geldt een overgangsperiode van 27 maanden voor vergunde betaal- en elektronischgeldinstellingen.
- Bestaande betaal- en elektronischgeldinstellingen hoeven geen volledige hervergunningsprocedure te doorlopen, maar dienen wel informatie te verstrekken overeenkomstig de artikelen 44 en 45 PSD3.
- Na afloop van de overgangsperiode moeten betaal- en elektronischgeldinstellingen voldoen aan Titel II PSD3.
- Elektronischgeldinstellingen zullen binnen het nieuwe PSD3-kader worden aangemerkt als betaalinstellingen.
- Documentatie waaruit naleving van DORA blijkt zal een belangrijke rol spelen gedurende de overgang naar PSD3.
Heeft u vragen over de PSD3-overgang of de vereisten voor autorisatie onder PSD3? Ons Financial Services team adviseert u graag.