Voor ondernemers is een bankrekening onmisbaar. Zonder toegang tot het betalingsverkeer is het onmogelijk om een bedrijf te runnen. Hoe kun je anders bijvoorbeeld je belastingen betalen? Met een koffertje geld naar het kantoor van de Belastingdienst? De Belastingdienst ziet je komen; die accepteert nadrukkelijk geen contante betalingen. Toch komt het regelmatig voor dat banken de relatie met zakelijke klanten beëindigen, ook als die relatie alleen bestaat uit het faciliteren van een bankrekening. Vaak gebeurt dit omdat de bank meent dat zij haar wettelijke verplichtingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) niet kan nakomen. De bank beroept zich dan op een wettelijke verplichting om de bankrelatie te beëindigen. Maar betekent zo’n wettelijke verplichting inderdaad dat de bank zonder meer mag opzeggen? Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft daar onlangs een belangrijk oordeel over geveld dat afwijkt van rechtspraak tot op heden.[1] Is het een nieuwe lijn of een unicorn?
De zaak: Suntel versus SNS Bank
Suntel Telecom B.V. handelt in prepaidkaarten en bevindt zich in een branche met een hoog witwasrisico. Sinds 2013 stelde de bank daarom regelmatig en intensief vragen aan het bedrijf. In 2021 escaleerde de situatie toen Suntel niet alle vragen naar tevredenheid van de bank beantwoordde. De bank zegde de bankrelatie vervolgens op, omdat zij stelde haar cliëntenonderzoek niet te kunnen afronden. Een van de vragen betrof een artikel in de krant over een phishingbende waarbij de bestuurder van Suntel werd genoemd. Hij werd vervolgd voor witwassen, maar uiteindelijk vrijgesproken. Toen de bank vroeg om toelichting, antwoordde Suntel dat zij geen redacteur van de krant was en geen verklaring kon geven. De bank vond dit antwoord onvoldoende en handhaafde daarom de opzegging. Suntel stapte naar de rechter en en eiste dat ze haar bankrekening mocht houden.
Wwft en zorgplicht van banken
Banken zijn op grond van de Wwft verplicht om onderzoek te doen naar hun klanten. Dit heet ‘cliëntenonderzoek’. Bij klanten met een hoog risico is dat zelfs een ‘verscherpt cliëntenonderzoek’.[2] Als een bank dit onderzoek niet kan afronden, bijvoorbeeld omdat een klant terechte vragen niet beantwoordt, moet de bank de relatie beëindigen (artikel 5 lid 3 Wwft). Tegelijkertijd hebben banken een zorgplicht tegenover hun klanten. Dat betekent dat banken bij hun dienstverlening zorgvuldigheid moeten betrachten en rekening moeten houden met de belangen van de rekeninghouder. Daarbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Een opzegging kan daarom getoetst worden aan de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW).[3]
Het oordeel van het hof: belangenafweging blijft nodig
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt nu – en dat is nieuw – dat ook bij een verplichte opzegging op grond van de Wwft een belangenafweging moet plaatsvinden. Het Hof Arnhem-Leeuwarden kiest bewust voor een andere benadering dan het Hof Amsterdam eerder heeft gedaan.
Volgens het Hof Amsterdam hoeft een bank geen belangenafweging te maken als ze wettelijk verplicht is de rekening op te zeggen. In zo’n geval is het eigenlijk al duidelijk dat de opzegging niet onredelijk is.[4]
Het Hof Arnhem-Leeuwarden benadrukt overigens wel dat de wettelijke verplichting tot opzegging groot gewicht in de schaal van de belangenafweging legt. Maar dat betekent niet dat de belangen van de klant helemaal buiten beschouwing blijven. Suntel bracht dat overigens geen geluk. In deze zaak viel de belangenafweging in het nadeel van Suntel uit, onder meer omdat zij ook volgens het hof onvoldoende had meegewerkt en nog een bankrekening bij een andere bank had.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Deze uitspraak biedt enige bescherming aan ondernemers van wie de bank de relatie opzegt. Zelfs als de bank zich beroept op een wettelijke verplichting, moet zij volgens Hof Arnhem-Leeuwarden een zorgvuldige belangenafweging maken. En dat is wat ons betreft terecht. Niet alleen het gebruikmaken van de bevoegdheid om op te zeggen, maar ook hoe gebruik gemaakt wordt van die bevoegdheid is van groot belang, en daar kan de belangenafweging om de hoek komen kijken. Bij die belangenafweging spelen onder meer de volgende factoren een rol:
- Heeft u voldoende meegewerkt aan het onderzoek van de bank?
- Zijn de vragen helder en redelijk gesteld door de bank?
- Heeft u voldoende tijd en ondersteuning gehad om te reageren?
- Zou u alsnog in staat én bereid zijn om het cliëntenonderzoek te voltooien, wetende dat de bank de rekening anders definitief beëindigt?
- Hebt u voldoende tijd gekregen voordat de gevolgen van de opzegging intraden?
- Beschikt u nog over een andere bankrekening, of wordt u volledig afgesneden van het betalingsverkeer?
Tegelijkertijd laat de uitspraak zien dat de lat hoog ligt. Als u terechte vragen niet of onvoldoende beantwoordt, zal de bank doorgaans gerechtigd zijn de relatie te beëindigen, zeker in branches met een hoog witwasrisico.
Praktische tips voor ondernemers
- Neem vragen van uw bank serieus. Beantwoord ze in beginsel volledig en tijdig. Als u iets niet begrijpt, vraag dan om verduidelijking.
- Waar mogelijk (de bank verschuilt zich soms achter algemene mailadressen zonder naam van de behandelaar te vermelden): zoek telefonisch contact en overleg. Soms doet een persoonlijk overleg wonderen.
- Schakel juridische bijstand in als de bank in uw ogen te vergaande vragen stelt en zeker als de bank dreigt de relatie te beëindigen. Een advocaat kan u helpen de juiste informatie aan te leveren en uw belangen te behartigen.
- Zorg zo spoedig mogelijk voor een alternatieve bankrekening. Het kan sowieso verstandig zijn om rekeningen bij meerdere banken aan te houden.
- Documenteer uw communicatie met de bank zorgvuldig. Dit kan later van belang zijn als u de opzegging wilt aanvechten.
Toekomstige zaken over het einde van een bankrelatie
Het Hof Arnhem-Leeuwarden maakt duidelijk dat banken niet zonder meer kunnen opzeggen, ook niet als zij zich beroepen op de Wwft. Een zorgvuldige belangenafweging blijft volgens dit hof noodzakelijk, waarbij het hof ook wijst op de verantwoordelijkheid van de ondernemer om mee te werken. Deze uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden biedt ondernemers dus enige bescherming. Dit wijkt af van de eerdere lijn van het Hof Amsterdam, dat geen, althans nauwelijks, ruimte liet voor zo’n belangenafweging. Het verschil in benadering tussen de hoven roept de vraag op welke lijn uiteindelijk zal prevaleren. Wij menen dat de belangenafweging zeker een rol zou moeten spelen bij de wijze van beëindigen, maar het zou goed zijn als de Hoge Raad zich hierover in de toekomst zal uitspreken.
Heeft uw bank de relatie opgezegd of dreigt dit te gebeuren? Neem dan tijdig contact op met ons team Financial Litigation. Wij helpen u graag bij het behartigen van uw belangen.
[1] Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juni 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3542
[2] Artikel 8 Wwft.
[3] Hoge Raad 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652, Hoge Raad 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929
[4] Hof Amsterdam 29 oktober 2019,
ECLI:NL:GHAMS:2019:3898 en Hof Amsterdam 17 mei 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1473 (op voorhand is al aannemelijk dat de opzegging niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is).