Vanaf 10 juli 2027 treedt de Anti-witwasverordening (oftewel de Anti-Money Laundering Regulation, AMLR)[1] in werking. De AMLR maakt onderdeel uit van een groter pakket aan Europese witwaswetgeving. Daarbij wordt onder meer ook een Europese toezichthouder op naleving van de antiwitwaswetgeving in het leven geroepen, de Anti-Money Laundering Authority (AMLA). Omdat de AMLR een verordening is, werkt deze rechtstreeks en hoeft deze niet in de Nederlandse wet te worden geïmplementeerd.
Voor een groot deel zal de AMLR de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft) vervangen.[2] In deze blog gaan wij in hoofdlijnen in op het cliëntenonderzoek uit hoofde van de AMLR, dat op een aantal punten afwijkt van het cliëntenonderzoek dat nu nog op basis van de Wwft moet worden uitgevoerd. Waar de Wwft toepasselijk is op een ‘instelling’, gaat de AMLR uit van een ‘meldingsplichtige entiteit’. Voor de leesbaarheid van deze blog kiezen wij (alvast) voor de nieuwe definitie van meldingsplichtige entiteit.
Cliëntonderzoeksmaatregelen op basis van AMLR
De algemene regels rondom het cliëntenonderzoek zijn geregeld in artikel 20 AMLR. Net zoals op basis van de Wwft moet de meldingsplichtige entiteit in het kader van het cliëntenonderzoek onder meer de cliënt identificeren en zijn identiteit verifiëren[3], de uiteindelijk belanghebbende (UBO) identificeren en redelijke maatregelen nemen om zijn identiteit te verifiëren[4] en bepalen of de cliënt of de UBO een politiek prominent persoon (Politically Exposed Person, PEP) is[5].
Wijzigingen UBO en PEP
Met de AMLR zal eerder sprake zijn van een UBO, namelijk al bij 25% van de aandelen of stemrechten of een ander eigendomsbelang in de vennootschap.[6] Nu is dat ingeval van meer dan 25%.[7] Het is voor lidstaten op basis van de AMLR mogelijk om te kiezen voor een eigendomsbelang van tussen de 15% en 25% ingeval van hoog-risicocliënten.[8] Nederland zal van deze lidstaatoptie geen gebruik maken, omdat er in Nederland geen categorieën vennootschappen bekend zijn waarbij sprake is van een dermate hoog risico dat van deze optie gebruik moet worden gemaakt.[9]
Met het van kracht worden van de AMLR vallen ook burgemeesters van gemeenten met ten minste 50.000 inwoners in de categorie politiek prominente personen. Daarnaast kunnen lidstaten er – na melding bij de Commissie – voor kiezen om broers en zussen van PEP’s die hoge functies bij de centrale overheid bekleden aan te wijzen als PEP[10]. Dat zijn broers en zussen van staatshoofden, regeringsleiders, ministers en onderministers of staatssecretarissen.[11] Nederland zal van deze optie géén gebruik maken.[12] Datzelfde geldt overigens voor de optie om lagere drempels vast te stellen voor de aanwijzing van een PEP.[13]
Sanctiescreening als verplicht onderdeel AMLR
Een belangrijke wijziging is verder dat sanctiescreening op basis van artikel 20 lid 1 sub d AMLR onderdeel wordt van het cliëntenonderzoek. Het gaat om sancties die de Europese Raad heeft vastgesteld[14] wat betreft het bevriezen van activa en het verbod op het (in)direct beschikbaar stellen van geldmiddelen of andere activa aan gesanctioneerde personen en entiteiten, zo volgt uit de definitie.[15]
Overigens moet deze sanctiescreening ook onderdeel worden van de interne gedragslijnen, procedures en controles van de meldingsplichtige entiteit.[16] Voor financiële instellingen in de zin van de Sanctiewet 1977 (Sw)[17] geldt deze beleidsverplichting al.[18] Voor andere meldingsplichtige entiteiten is dit nieuw. Deze bedrijfsvoeringsregels op het gebied van sanctiescreening zullen vanaf 27 juli 2027 het huidige bedrijfsvoeringstoezicht uit de Sw (alsmede de modernisering daarvan) buitenwerking stellen.[19] Verder moet een meldingsplichtige entiteit in het kader van haar bedrijfsbrede risicoanalyse óók rekening houden met risico’s die zien op het ontwijken of niet-naleven van financiële sancties.[20]
Doel en de beoogde aard van de relatie moeten worden beoordeeld en begrepen
Op basis van het huidige artikel 3 lid 2 sub c Wwft moeten het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie worden vastgesteld in het kader van het cliëntenonderzoek. Artikel 20 lid 1 sub c AMLR lijkt verder te gaan. Dat artikel bepaalt dat informatie over het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie (of transacties) moeten worden beoordeeld en, in voorkomend geval, verkregen, en dat doel en die aard moeten worden begrepen. Het is de vraag of in de praktijk het vastleggen ook niet al leidde tot het begrijpen van het doel en de aard van de relatie. In die uitleg is het een theoretische aanpassing. Maar het ook kan zijn dat bedoeld is dat onder omstandigheden doorvragen vereist is en de huidige praktijk niet (altijd) volstaat.
Risicogebaseerde benadering cliëntenonderzoek
De cliëntenonderzoeksmaatregelen moeten op een risicogebaseerde wijze worden toegepast. Dat is geen al te vrijblijvende optie voor de meldingsplichtige entiteiten: er moet sprake zijn van “empirisch onderbouwde besluitvorming om de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering doeltreffender aan te pakken”.[21]
Concreet betekent dit dat een meldingsplichtige entiteit (de omvang van) het cliëntenonderzoek moet baseren op een individuele analyse van de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering, gelet op de specifieke kenmerken van de cliënt en van de zakelijke relatie of occasionele transactie.[22] Is er sprake van een verhoogd risico van witwassen of terrorismefinanciering, dan moeten verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen worden toegepast.[23] Is er sprake van een lager risico, dan mogen de meldingsplichtige entiteiten vereenvoudigde cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen.[24]
Om de individuele risicoanalyse te maken moet rekening worden gehouden met de hiervoor al genoemde bedrijfsbrede risicobeoordeling[25], maar óók de in bijlage I bij AMLR opgenomen variabelen en de in de bijlagen II en III bij de AMLR opgenomen risicofactoren.
Ook het huidige cliëntenonderzoek op basis van de Wwft kent een risicogebaseerde benadering, maar de tabel met variabelen en risicofactoren verandert. Op bijlage I AMLR zijn ten aanzien van het type cliënt, product, dienst of transactie, het leveringskanaal en de levens- of beleggingsverzekering een aantal variabelen opgenomen die in aanmerking moeten worden genomen de risicobeoordeling. Wat betreft de risicofactoren dat sprake is van een lager risico verandert er niets.[26] De lijst met risicofactoren die leiden tot een hoger risico wordt met AMLR echter uitgebreid.[27] Onder meer als een cliënt is opgericht of opgezet in een rechtsgebied waar hij geen reële economische activiteit, substantiële economische aanwezigheid of schijnbare economische redenen heeft of (in)direct eigendom van zo’n entiteit of constructie is, zal zich een hoger risico voordoen. Op dit moment is niet duidelijk hoe dit precies moet worden uitgelegd, en of bijvoorbeeld een onderneming met een vestiging in een lidstaat vanwege fiscale redenen hier wel of niet onder zal vallen. Ook zal met AMLR sprake zijn van een hoger risico bij transacties in verband met aardolie, wapens, edelmetalen of edelstenen, tabaksproducten, culturele kunstvoorwerpen en andere artikelen van archeologisch, historisch, cultureel en religieus belang of met grote wetenschappelijke waarde, alsmede ivoor en beschermde soorten.[28]
Nadere richtsnoeren AMLA
De nieuwe toezichthouder AMLA zal zich nog gaan uitlaten over welke risicovariabelen en risicofactoren van belang zullen zijn bij het aangaan van zakelijke relaties of het verrichten van occasionele transacties door een meldingsplichtige entiteit. Deze richtsnoeren van AMLA worden uiterlijk 10 juli 2026 uitgevaardigd.
Conclusie
AMLR leidt alleen al wat betreft het te verrichten cliëntenonderzoek tot wijzigingen ten opzichte van de huidige wettelijke bepalingen. Voor een deel volgt dit uit de AMLR, voor het overige zal meer duidelijk moeten worden na het verschijnen van de richtsnoeren van de AMLA op het gebied van risicovariabelen en risicofactoren. Dat geldt ook voor andere onderwerpen zoals de risico’s, trends en methoden die bestaan in buiten de Europese Unie gelegen geografische gebieden en waaraan de meldingsplichtige entiteiten zijn blootgesteld en het beoordelen van het risiconiveau dat verbonden is aan een bepaalde categorie PEP’s, zij het dat AMLA een jaar langer de tijd heeft om hierover richtsnoeren uit te vaardigen.
[1] Verordening 2024/1624. De inwerkingtreding is geregeld in artikel 90 AMLR. Voor voetbalmakelaars en professionele voetbalclubs ten aanzien van bepaalde transacties treedt de AMLR overigens in werking per 10 juli 2029 (artikel 90 AMLR in combinatie met artikel 3 lid 3 onder n en o AMLR).
[2] Niet helemaal, want er is ook nog een zesde Anti-witwasrichtlijn aangekondigd, Richtlijn (EU) 2024/1640.
[3] Artikel 20 lid 1 onder a AMLR.
[4] Artikel 20 lid 1 onder b AMLR.
[5] Artikel 20 lid 1 onder g AMLR.
[6] Artikel 52 lid 1 AMLR.
[7] Artikel 3 lid 1 onder a 1° Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.
[8] Artikel 52 lid 2 AMLR.
[9] Concept memorie van toelichting Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering, p. 6. Zie ook al eerder het ‘Overzicht lastenluwe implementatiekeuzes AML-pakket’ van 14 mei 2025 (Documentnummer 2025D2115).
[10] Overweging 97 AMLR en de definitie in artikel 2 onder 35 AMLR.
[11] Artikel 2 lid 1 onder 34 sub a onder i.
[12] Concept memorie van toelichting Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering, p. 6.
[13] Artikel 2 AMLR, zie Concept memorie van toelichting Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering, p. 6.
[14] Artikel 29 VEU en de verordeningen op basis van artikel 215 VWEU.
[15] Artikel 2 lid 1 onder 49 AMLR.
[16] Artikel 9 lid 1 onder b en artikel 10 lid 1 AMLR.
[17] Artikel 10 lid 2 Sw.
[18] Artikel 2 Regeling Toezicht Sanctiewet 1977.
[19] Memorie van Toelichting bij de Wet internationale sanctiemaatregelen.
[20] Artikel 10 lid 1 AMLR.
[21] Overweging 52 AMLR.
[22] Artikel 20 lid 2 AMLR.
[23] Artikel 34 en verder AMLR.
[24] Artikel 33 AMLR.
[25] Artikel 10 AMLR.
[26] Bijlage II bij AMLR en Bijlage 2 bij Richtlijn (EU) 2015/849.
[27] Zie sub g tot en met i bij artikel 1 Bijlage III bij AMLR.
[28] Artikel 2 onder e Bijlage III bij AMLR.