Wetsvoorstel modernisering bewijsrecht

Meer artikelen over:Corporate litigation
Inge Wiltink
Inge Wiltink Advocaat

Op 18 juni 2020 is het Wetsvoorstel modernisering bewijsrecht ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel liet even op zich wachten, de internetconsultatie was namelijk al in juli 2018 afgerond. Het wetsvoorstel bevat ingrijpende wijzigingen voor het procesrecht. Zo worden in het wetsvoorstel onder meer de voorlopige bewijsverrichtingen geharmoniseerd. Verder wordt het inzagerecht van artikel 843a Rv bij de andere bewijsverrichtingen gevoegd. Tot slot wordt in het wetsvoorstel het recht op het leggen van conservatoir bewijsbeslag gecodificeerd. Op het laatste punt wil ik in deze blog verder ingaan.

Huidige stand van zaken

Het (conservatoir) bewijsbeslag is een manier om bewijsmateriaal dat zich bij een wederpartij of een derde bevindt veilig te stellen. Naast het conservatoir bewijsbeslag bestaat het hiervoor genoemde recht op inzage. In de praktijk is het soms voordelig om eerst bewijsbeslag te leggen, voordat een verzoek tot inzage wordt gedaan. Dit is het geval wanneer er vrees bestaat dat de wederpartij de stukken gaat verduisteren of vernietigen als hij geconfronteerd wordt met een verzoek tot inzage.

In de wet bestaat op dit moment geen grondslag voor bewijsbeslag in algemene zin. Alleen voor IE-zaken bestaat een wettelijke grondslag voor bewijsbeslag, namelijk in de artikelen 1019b en 1019c Rv. De Hoge Raad oordeelde in het Molenbeekarrest (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9958) dat ook buiten het IE-recht bewijsbeslag mogelijk is. Dit recht wordt ontleend aan de artikelen 730 en 843a Rv. De Hoge Raad overwoog dat beslaglegging slechts mogelijk is onder de voorwaarden die gelden voor het inzagerecht.

In het Molenbeekarrest wordt verder overwogen dat aan de stelplicht van de beslaglegger hoge eisen worden gesteld. Dit om te voorkomen dat de beslaglegging ontaardt in een ‘fishing expedition’. Het verbod van ‘’fishing expedition’ houdt in dat een partij niet naar informatie mag vissen, waar hij geen recht op heeft. Denk daarbij aan concurrentiegevoelige informatie.

Voorstel

Zoals gezegd wil de wetgever het conservatoir bewijsbeslag nu codificeren. Het wetsvoorstel beoogt drie nieuwe artikelen toe te voegen aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, namelijk de artikelen 205 tot en met 207. Interessant is om te kijken in hoeverre de codificatie overeenkomt met de huidige eisen die aan het bewijsbeslag worden gesteld.

In het nieuwe voorgestelde artikel 205 Rv staat dat de voorzieningenrechter summierlijk toetst of is voldaan aan de voorwaarden voor het inzagerecht. Deze toets uit het wetsvoorstel lijkt af te wijken van de norm die werd gesteld in het Molenbeekarrest. Hierin overwoog de Hoge Raad immers dat voldaan moet zijn aan de voorwaarden voor het toekennen van het inzagerecht. In de internetconsultatie werd dan ook de vraag opgeworpen of de toets voor bewijsbeslag minder streng wordt door het voorstel.

De wetgever gaat in de Memorie van Toelichting in op deze vraag. Zij overweegt het volgende: ‘Een summiere toets van de voorwaarden voor het recht op inzage van artikel 194 (nieuw) en de afwijzingsgronden van artikel 196 (nieuw) volstaat bij een conservatoir bewijsbeslag. Het bewijsbeslag betreft alleen een voorlopige, bewarende maatregel die vooraf gaat aan een verderstrekkend verzoek om kennisneming van het in beslag te nemen bewijsmateriaal. Het verzoek om verlof tot beslaglegging en het verzoek om kennisneming moeten dus van elkaar worden onderscheiden.’

Ik sluit me aan bij het oordeel van de wetgever. In het geval een verzoeker gegronde vrees heeft dat bepaalde stukken verduisterd zullen worden, is het onlogisch om bijvoorbeeld het verbod van fishing expedition in dezelfde mate of in vergelijkbare mate toe te passen als bij het inzagerecht. Dit omdat de beslaglegger geen toegang krijgt tot de informatie waarop het beslag wordt gelegd. Daarbij zal de beslaglegger bij een verzoek tot bewijsbeslag haast hebben en is het niet redelijk om van hem te verlangen dat hij tot in de detail omschrijft op welke stukken hij beslag wil leggen.

Gevolgen

Het zal vermoedelijk nog enige tijd duren voor het bewijsbeslag daadwerkelijk gecodificeerd is. In de tussentijd kan het voor de beslaglegger nuttig zijn om de rechter te wijzen op het wetsvoorstel. Mogelijk zal een voorzieningenrechter op het wetsvoorstel anticiperen en niet al te hoge eisen stellen aan het verzoek tot bewijsbeslag.