De Warmtewet biedt ook kansen!

Meer artikelen over:Vastgoed
Jesse Zijlma
Jesse Zijlma Advocaat / partner

Hoewel de Warmtewet na een wetgevingsproces van ongeveer 12 jaar op 1 januari 2014 in werking is getreden is de wet volgens minister Kamp nu al aan vervanging toe. Uit de Warmtevisie blijkt dat een integrale heroverweging noodzakelijk is en nu wordt voorbereid. Ondertussen heeft de praktijk wel met de wet te maken en zullen leveranciers voor 1 januari 2016 een vergunning aangevraagd moeten hebben. Het prijsbeleid moet conform het ‘niet meer dan anders’-principe zijn, VvE’s maken gebruik van de ‘buitenwettelijke’ vrijstelling en corporaties en andere verhuurders hanteren noodzakelijke, maar formeel verboden, correctiefactoren. De wet wordt dus niet geschrapt in afwachting op een betere. Wel wordt langzaam maar zeker iets gedaan aan de ergste weeffouten. Bovendien houdt de Autoriteit Consument en Markt (ACM), de toezichthouder op de warmtemarkt, rekening met een aantal missers in de wet.

Over het bereik van de Warmtewet en de prijssystematiek is inmiddels op een paar punten helderheid gekomen. ACM oordeelde bijvoorbeeld dat systemen met een individuele warmtepomp niet onder de Warmtewet vallen omdat er geen warmtelevering plaatsvindt. Recent oordeelde ACM over een de maximumprijs: in de procedure die warmteverbruikers startten tegen een leverancier oordeelde ACM onder meer dat zij (nog) niet handhavend wil optreden tegen een leverancier die een hogere GJ-prijs rekent dan door de ACM als maximaal is bestempeld, maar wel een lager vastrecht. ACM overwoog dat de totaalprijs niet noodzakelijkerwijs te hoog zou zijn, omdat dat afhankelijk was van het warmteverbruik van een afnemer. Om dit goed te kunnen beoordelen is nader onderzoek nodig naar de verbruiksprofielen van afnemers, zodat strijd met de Warmtewet dus niet vast staat. Dat nadere onderzoek gaat ACM overigens niet doen omdat zij andere prioriteiten heeft.

Uit de uitspraak blijkt dat er ruimte is om hogere tarieven te hanteren, als de verbruikersprofielen maar niet leiden tot een overschrijding van de totale maximumprijs. Daarmee brengt ACM zich volgens mij in een lastig parket: zij stelt de maximumprijzen vast van de twee componenten die de maximumprijs bepalen (het vastrecht en de GJ-prijs), maar niet de totale prijs. Dat kan ook niet omdat deze verbruiksafhankelijk is. Daarmee is ruimte voor discussie ontstaan. Volgt daaruit bijvoorbeeld dat het berekenen van alleen een hoog vastrecht en geen verbruiksafhankelijk deel is toegestaan? ACM lijkt wel op dat spoor te zitten. Leveranciers hebben er wel een interessante businesscase bij en daarmee biedt de Warmtewet ook kansen.

Bronnen:
Toepasselijkheid van de warmtewet bij individuele warmtepompen
Maximumprijs