Arrest Booking.com: jurisdictie bij vordering wegens misbruik machtspositie

Op 24 november 2020 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) geoordeeld dat het Duitse hotel Wikingerhof, dat gebruikt maakt van het Booking.com-platform, haar vordering wegens misbruik van machtspositie aanhangig mag maken bij de Duitse rechter, hoewel de gedaagde Booking.com in Nederland zetelt.

De beslissing komt voort uit de vraag van de Duitse verwijzende rechter of de vordering van Wikingerhof betrekking heeft op een verbintenis uit overeenkomst óf op een verbintenis uit onrechtmatige daad in de zin van de EEX-Verordening. Het HvJEU stelde in dit kader dat een vordering betrekking heeft op een verbintenis uit overeenkomst als het voor de juridische beoordeling van de verweten gedraging noodzakelijk is om de overeenkomst tussen partijen uit te leggen. Is een dergelijke uitleg daarentegen niet noodzakelijk, dan heeft de vordering betrekking op een verbintenis uit onrechtmatige daad.

Betrekking op verbintenis uit onrechtmatige daad

Het HvJEU oordeelde vervolgens dat, hoewel het verweten misbruik had plaatsgevonden in het kader van een contractuele verhouding, het voor de juridische beoordeling van dat misbruik niet noodzakelijk was om de overeenkomst tussen partijen uit te leggen. Het HvJEU oordeelde daarom dat de vordering van Wikingerhof betrekking heeft op een verbintenis uit onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 7 lid 2 van de EEX-Verordening, dat bepaalt dat een dergelijke vordering aanhangig kan worden gemaakt bij het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen. In dit geval Duitsland.

Forumkeuzebeding

Ten slotte is vermeldenswaardig dat Booking.com bij de Duitse rechter primair een beroep had gedaan op een forumkeuzebeding, op grond waarvan de rechtbank Amsterdam bevoegd was. De Duitse rechter besliste echter dat dit forumkeuzebeding niet voldeed aan de eisen van artikel 25 van de EEX-Verordening, en zag kennelijk geen reden om in dit kader prejudiciële vragen te stellen. Het HvJEU kreeg zodoende geen gelegenheid om verdere duiding te geven aan zijn overwegingen in het arrest Apple/MJA.