Vastgoed alert: via WhatsApp een huurovereenkomst beëindigen

Meer artikelen over:VastgoedVastgoed alert
Irma Kerkhoven
Irma Kerkhoven Advocaat

De vraag in hoeverre WhatsApp als geldig communicatiemiddel kan worden gebruikt, wordt regelmatig in de rechtspraak gesteld. In het onlangs besproken oordeel werd de vraag gesteld of een toezegging via WhatsApp een vervanging kan zijn voor een handtekening bij de koop van een woning. Dat kon volgens de rechter niet. Onlangs oordeelde de kantonrechter (ECLI:NL:RBLIM:2017:11559) dat een huurovereenkomst wél via WhatsApp beëindigd kan worden.

De kantonrechter heeft in een recente zaak geoordeeld dat de toepasselijke huurovereenkomst bedrijfsruimte beëindigd was op grond van communicatie via WhatsApp. In deze zaak is sprake van wederzijds goedvinden in de zin van artikel 7:293 lid 3 BW. Wederzijds goedvinden gebeurt vormvrij (artikel 6:217 BW), daarom kon het op 4 mei 2017 verzonden WhatsApp-bericht worden aangemerkt als een rechtsgeldige beëindiging van de huurovereenkomst.

Het WhatsApp-gesprek

Wat was er aan de hand? Tussen de verhuurder en de huurster is op 1 maart 2017 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een bedrijfsruimte. De huurster wilde het pand gebruiken voor haar pas opgerichte bedrijf. De partijen spraken af dat de huurster de eerste maand huur (maart 2017) cadeau zou krijgen.

Begin mei 2017 had de huurster nog steeds geen huur betaald. Als de verhuurder via WhatsApp aan de huurster vraagt naar een verklaring, antwoordt zij dat haar bedrijf nog niets oplevert en dat ze geen geld heeft. Op 4 mei 2017 stelt de verhuurder via de app aan de huurster voor: “Ik ben bereid om je tegemoet te komen en het contract te verbreken, maar je hangt wel voor die 2 maanden en deze zul je moeten betalen.” De huurster gaat akkoord. Op 5 mei 2017 appt de verhuurder aan de huurster dat als zij eind mei 2017 niet aan de betalingsverplichtingen heeft voldaan, de huur gewoon doorloopt. De huurster levert de sleutels in zonder de huur te betalen.

Vorderingen verhuurder

De verhuurder start een procedure en vordert dat de huurster wordt veroordeeld om de huur te betalen tot aan het einde van de huurovereenkomst. Hij had immers geëist dat de huur zou doorlopen totdat de achterstallige huur zou zijn betaald. De huurster betoogt dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden in de zin van artikel 7:293 lid 3 BW is geëindigd via WhatsApp. Wederzijds goedvinden gebeurt immers vormvrij (artikel 6:217 BW). Daarom meent de huurster dat zij alleen over de maanden april en mei 2017 huur moet betalen.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder met het WhatsApp-bericht van 4 mei 2017 zelf heeft voorgesteld om de huurovereenkomst te beëindigen, omdat de huurster de huur voorlopig niet zou kunnen betalen. De kantonrechter staat de aanvullende eis van de verhuurder van de volgende dag (5 mei) “je verplichting blijft lopen tot het geld is overgemaakt helaas” niet toe. Op 4 mei 2017 hebben de partijen immers afgesproken dat de huurovereenkomst is beëindigd en dat de huurster twee maanden huur betaalt (dit geldt als een beëindigingsovereenkomst). Hier kan de verhuurder niet een dag later de voorwaarde van tijdige betaling aan toevoegen.

Conclusie

Een huurovereenkomst kan met wederzijds goedvinden worden beëindigd via WhatsApp. Het gebruik van dit medium is echter niet zonder risico’s. In deze zaak had de verhuurder kennelijk niet al zijn voorwaarden in de eerste berichten neergelegd en bleek het niet mogelijk om later nog de voorwaarden toe te voegen. Door het snelle ‘heen en weer’ karakter lijkt WhatsApp niet het beste middel om een beëindigingsovereenkomst te sluiten.