Definitief Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB gepubliceerd

In een eerder nieuwsbericht informeerden wij u over de belangrijkste kenmerken van het voorlopig Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB dat op 5 juli 2016 is gepubliceerd.

Voor de inrichting van het uitvoeringsproces van het Herstelkader is gebruik gemaakt van een ‘pilot-fase’ waarin klanten(vertegenwoordigers), betrokken belangenorganisaties en banken vragen hebben gesteld over de interpretatie en uitvoering van het gepubliceerde voorlopige Herstelkader. De vragen hebben op onderdelen geleid tot aanpassingen van het Herstelkader. Deze wijzigingen zijn verwerkt in het door de Derivatencommissie op 19 december 2016 gepubliceerde (definitieve) Herstelkader.

Onderstaand volgt een opsomming van de meest wezenlijke wijzigingen die zijn doorgevoerd in het (definitieve) Herstelkader. Uitwerkingen die reeds in het voorlopige Herstelkader waren aangekondigd komen in dit artikel op een enkele uitzondering na niet aan bod.

Woonachtig/gevestigd in Nederland

De definitie van ‘MKB-Klant’ is in het definitieve Herstelkader zodanig gewijzigd dat enkel:

een afnemer van een door een (deelnemende) bank aangeboden rentederivaat die – op het moment van aangaan van het rentederivaat – woonachtig was, dan wel statutair gevestigd was of werkelijke vestiging had in Nederland (ongeacht de nationaliteit / rechtsvorm van de klant) en ook overigens aan de voorwaarden voor toepassing van het Herstelkader voldoet,

hieronder valt. Dit betekent dat een mkb klant die niet (statutair dan wel feitelijk) in Nederland was gevestigd ten tijd van het aangaan van het rentederivaat, niet onder het toepassingsbereik van het Herstelkader valt.

Deskundigheid

In het voorlopige Herstelkader was opgenomen dat een klant onder andere als deskundig kwalificeert (en daardoor niet onder de regeling van het Herstelkader valt) indien zij ten tijde van het aangaan van het rentederivaat een balanstotaal (of bij natuurlijke personen: een vermogen) van EUR 10 miljoen of meer had en de actiefzijde van de balans voor ten minste 80% bestond uit vastgoed, financiële activa gerelateerd aan vastgoed en/of effecten. De 80% eis is vervallen in het definitieve Herstelkader zodat een klant – naast de andere mogelijkheden om als deskundig te kwalificeren – onder deze grond kwalificeert als deskundig als de actiefzijde van de balans (of bij een natuurlijke persoon: het vermogen) van de klant op het moment van het afsluiten van het rentederivaat voor ten minste EUR 10 miljoen bestond uit vastgoed, financiële activa gerelateerd aan vastgoed en/of effecten. Concreet: een vennootschap met een balanstotaal van EUR 19,5 miljoen waarvan 55% is belegd in vastgoed viel in het oorspronkelijke regime wel onder het Herstelkader, maar inmiddels niet meer, omdat er nu deskundigheid verondersteld wordt.

Twijfel afhankelijkheid referentierente

Duidelijk was al dat derivaten die primair afhangen van andere financiële grootheden dan referentierentes (zoals LIBOR of EURIBOR), buiten het bereik van het Herstelkader vallen. Hiertoe behoren in ieder geval derivaten die primair van wisselkoersen of inflatie afhangen, zoals een crosscurrency swap, een valuta optie of een inflatie swap. In het definitieve Herstelkader is – weinig verrassend – verduidelijkt dat in het voordeel van de klant geredeneerd dient te worden indien er twijfel bestaat of een product primair afhangt van de referentierente van de onderliggende variabel-rentende lening.

Temporele opt-in

Het voorlopige Herstelkader bepaalde al dat een rentederivaat waarvan de datum van aangaan na 1 januari 2005 is gelegen, met een initiële contractuele einddatum gelegen na 1 april 2011, welk rentederivaat vóór 1 april 2011 voortijdig is afgewikkeld, desondanks in de beoordeling onder

het Herstelkader wordt betrokken indien de klant zich op eigen initiatief aanmeldt voor een beoordeling aan de hand van het Herstelkader. Dit wordt de ‘temporele opt-in’ genoemd.

In het definitieve Herstelkader is verduidelijkt op welke wijze een dergelijke aanmelding moet gebeuren. De klant die in aanmerking wenst te komen voor een temporele opt-in dient (i) door middel van zijn derivatendocumentatie aan te tonen dat hij temporeel binnen het bereik van het Herstelkader valt, en (ii) door middel van overlegging van (lening-)documentatie of andere informatie (zoals rekeningafschriften) aannemelijk te maken welke lening(en) werden afgedekt door het rentederivaat. Ook dient de klant enige indicatie te verstrekken dat hij als niet-professioneel in de zin van het Herstelkader kwalificeert.

MKB-Klanten kunnen zich uiterlijk 30 juni 2017 aanmelden als zij gebruik willen maken van de temporele opt-in. Een aanmelding moet worden toegezonden aan de (deelnemende) bank waarbij het rentederivaat is afgesloten.

Groep/maximum vergoeding

Eerder melden wij al dat de maximum (coulance)vergoeding EUR 100.000 bedraagt per klant. In aanvulling daarop is in het definitieve Herstelkader opgenomen dat indien meerdere klanten verbonden zijn in een groep, het maximum van EUR 100.000 voor hen gezamenlijk geldt.

Conclusie

De wijzigingen in het definitieve Herstelkader zijn niet ‘game changing’ te noemen. Desondanks kan het zo zijn dat de wijzigingen wezenlijk effect hebben op uw situatie. Wij adviseren u graag over de vraag of uw bedrijf voor herstel onder het Herstelkader in aanmerking komt en zo ja, of dit de beste oplossing is om uw schade te verhalen.