Toepassing van het Skanska-arrest door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Tom Hoyer
Tom Hoyer Advocaat

Op 26 november jl. heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het Skanska-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie toegepast om de aansprakelijkheid vast te stellen van een dochtervennootschap voor de schade als gevolg van een inbreuk op Europees mededingingsrecht (link). Het arrest komt voort uit een follow-on procedure van TenneT in het gasgeïsoleerd schakelmateriaal-kartel. In deze procedure had TenneT niet alleen drie beboete Alstom entiteiten gedaagd maar ook Cogelex, die ook deel uitmaakte van het Alstom concern maar niet was beboet door de Commissie.

In het Skanska-arrest heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het begrip ‘onderneming’ in de zin van artikel 101 VWEU een autonoom Unierechtelijk begrip is en dat het Unierecht bepaalt welke entiteiten aansprakelijk zijn voor de schade als gevolg van een inbreuk op Europees mededingingsrecht. Naar aanleiding van dit arrest stelde TenneT dat Cogelex deel uitmaakte van de Alstom-onderneming die het Europees mededingingsrecht had geschonden, en dat Cogelex daarom ook aansprakelijk was voor de door TenneT geleden schade.

Het gerechtshof verwierp het verweer van Alstom dat het Skanska-arrest beperkt zou zijn tot het leerstuk van economische continuïteit. Het verwierp ook het verweer dat de nationale rechter niet bevoegd zou zijn om de aansprakelijkheid van Cogelex vast te stellen omdat zij niet aansprakelijk was gehouden of beboet door de Commissie.

Onder verwijzing naar jurisprudentie van het Hof van Justitie kwam het gerechtshof tot de conclusie dat Cogelex deel uitmaakte van dezelfde onderneming als haar 48%-minderheidsaandeelhouder Alstom Holding, die wel aansprakelijk was gehouden en beboet door de Commissie. Het gerechtshof oordeelde vervolgens dat tegen de achtergrond van het Skanska-arrest, Cogelex naast Alstom Holding aansprakelijk is voor de door TenneT geleden schade als gevolg van het kartel.