Tijdelijk geen Europees kartelverbod voor bepaalde afspraken in de zuivel-, aardappel- en sierteeltsectoren

Door de coronacrisis is de balans tussen vraag en aanbod naar producten als zuivel, aardappelen en sierbloemen ernstig verstoord. Siertelers hebben de vraag met tachtig procent zien dalen en aardappelen worden niet meer verwerkt. De Europese Commissie heeft daarom een nieuw pakket coronamaatregelen aangenomen om boeren te helpen bij de sterk verminderde vraag naar deze producten.

Eén van de maatregelen is dat boeren in bovenstaande sectoren en hun producenten- en bracheorganisaties gezamenlijk maatregelen mogen treffen om de markt te stabiliseren. Normaal gesproken zouden dergelijke afspraken (bijvoorbeeld afspraken over productie- of aanbodbeperking) onder het kartelverbod vallen – met alle (boete)risico’s van dien. De Europese Commissie heeft nu voor bepaalde afspraken een tijdelijke ontheffing van het kartelverbod verleend. Deze maatregelen zijn genomen op grond van artikel 222 van de Europese GMO Verordening en geldt voor een duur van zes maanden.

  • De aardappelensector mag gedurende zes maanden (te rekenen vanaf 5 mei 2020) afspraken maken over het uit de markt nemen en gratis verstrekken van aardappels, over bewerking en verwerking, opslag, gezamenlijke afzetbevordering en over tijdelijke productieplanning.
  • In de sierteelt (of de “sector levende planten en bloemen” in de bewoordingen van de Europese Commissie) mogen partijen afspraken maken en besluiten nemen over het uit de markt nemen en gratis verstrekken van producten, over gezamenlijke afzetbevordering en tijdelijke productieplanning. Deze uitzondering van het kartelverbod geldt ook voor zes maanden vanaf 5 mei 2020.
  • Partijen in de melk- en zuivelbranche mogen overeenkomsten sluiten en besluiten vaststellen met betrekking tot de planning van het volume rauwe melk dat zal worden geproduceerd. Let op: deze uitzondering geldt voor een periode van zes maanden die (kennelijk met terugwerkende kracht) ingaat op 1 april 2020.

Voorgenomen afspraken moeten worden gemeld bij de bevoegde mededingingsautoriteit – in Nederland is dat de ACM. Daarbij moet worden vermeld wat het geraamde productievolume is waarop het besluit betrekking heeft en wat de verwachte periode van uitvoering is. Uiterlijk 25 dagen na afloop van de periode van zes maanden moeten de betrokken landbouwers of organisaties aan de bevoegde autoriteit mededelen welk productievolume daadwerkelijk onder het genomen besluit viel.

Naast de mogelijkheid om onderling afspraken te maken, mogen zuivel (magere melkpoeder, boter en bepaalde soorten kaas) en vlees (rund-, schapen-, en geitenvlees) tijdelijk worden opgeslagen door middel van de particuliere opslagregeling. Hiervoor geldt voor zuivel een maximum periode van 180 dagen en voor vlees een maximum van 150 dagen.

Het nieuwe pakket maatregelen volgt op eerdere maatregelen die zijn genomen om de agri-foodsector te ondersteunen tijdens de huidige crisis.