Succes in Bank Indonesia / curatoren Indover Bank

In 2008 ging Indover Bank, een in Nederland gevestigde commerciële bank, failliet als gevolg van de kredietcrisis. Indover was een dochter van Bank Indonesia, de centrale bank van Indonesië. Curatoren hielden de moeder aansprakelijk voor het tekort in de boedel op grond van de stelling dat zij reeds in 1998 een garantie aan Indover had gegeven dat zij solvent zou blijven zolang Bank Indonesia haar aandelen had. Ook de crediteuren van Indover hadden daar volgens curatoren op mogen vertrouwen. Curatoren stelden voorts dat hun vordering voor het tekort al deels was verrekend met de vordering van EUR 43 miljoen die Bank Indonesia op haar dochter had. Op die vordering legden de curatoren bovendien beslag.

De Rechtbank wees alle vorderingen van Curatoren in 2014 af. Zij oordeelde dat Bank Indonesia in 1998-2008 veel financiële steun had geboden, maar nimmer een garantie had gegeven en geen norm had geschonden die tot aansprakelijkheid zou kunnen leiden. Haar vordering op Indover werd in zijn geheel erkend en geverifieerd.

Op 14 november jl. heeft het Hof het hoger beroep van Curatoren verworpen. Het Hof komt tot hetzelfde oordeel als de Rechtbank, acht de curatoren in een deel van hun vorderingen niet ontvankelijk, en verklaart bovendien voor recht dat de erkende vordering van Bank Indonesia op haar dochter immuniteit geniet en niet vatbaar is voor beslag. Het Hof volgt daarmee twee recente uitspraken van de Hoge Raad waaruit blijkt dat artikel 21 van het VN Verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen – hoewel nog niet geratificeerd – een codificatie vormt van in Nederland reeds geldend internationaal gewoonterecht. Artikel 21 lid 1 c bepaalt dat de goederen van een centrale bank per definitie immuniteit genieten. Het Hof komt dan ook tot de slotsom dat het beslag nietig is.

Bank Indonesia is in beide instanties bijgestaan door BarentsKrans (Martijn van Maanen, Nick Surber en Roeland de Mol) in samenwerking met White & Case Brussel.