Prognoses in franchiserelaties: lastige materie

Ingrid Reimert
Ingrid Reimert Advocaat

Afgelopen week is een uitspraak van het Hof Den Haag gepubliceerd over het risico voor franchisegevers om prognoses te geven. De uitkomst is niet gunstig voor de franchisegever.

De eiser in het hoger beroep exploiteerde twee Street One winkels. Voorafgaande aan het sluiten van de Point-of-Sale overeenkomsten (soort franchiseovereenkomst) heeft Street One rapporten aan de exploitant verstrekt met daarin geprognosticeerde bruto omzetten van € 504.000,– en € 511.364,–. Die omzetten heeft de exploitant niet gehaald en hij heeft Street One hierop aangesproken. Hij stelt dat hij heeft gedwaald en vernietigt daarom de overeenkomsten. Bij de Rechtbank kreeg Street One nog gelijk, maar bij het Hof niet.

Het Hof stelt voorop dat geen sprake is van dwaling indien is gedwaald over een toekomstige omstandigheid. Een prognose is naar zijn aard toekomstig en het niet behalen daarvan is dus onvoldoende om dwaling aan te nemen. Wanneer kan volgens het Hof dan wel sprake zijn van dwaling en/of onrechtmatig handelen? Indien de prognose is gebaseerd op een onjuiste voorstelling van ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bestaande omstandigheden.

Indien de prognose is gebaseerd op verkeerde, op dat moment reeds bekende, uitgangspunten dan wel andere (ernstige) fouten in de onderbouwing en/of de berekening van de prognose. Het Hof loopt de omstandigheden die de exploitant heeft aangevoerd na en oordeelt dat de prognose die Street One heeft gegeven op onjuiste of onvolledige uitgangspunten is gebaseerd. Er was namelijk sprake van negatieve marktruimte (omzetpotentieel is kleiner dan het aanbod) en Street One heeft dit niet meegenomen in haar rapporten. Exploitant heeft gedwaald en de buitengerechtelijke vernietiging slaagt daarom. Het Hof oordeelt dat daarnaast sprake is van onrechtmatig handelen van Street One. De zaak wordt verwezen naar de schadestaatprocedure.

Deze uitspraak maakt maar weer duidelijk dat franchisegevers heel voorzichtig moeten zijn met het geven van prognoses. Belangrijk is dat, wanneer er prognoses verstrekt worden, deze gebaseerd zijn op deugdelijk onderzoek.

Bron: Hof Den Haag, 9 juni 2015