Regels overgang van onderneming gelden ook bij pre‑pack

Meer artikelen over:ArbeidsrechtCorporate / M&A

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (het “HvJ”) oordeelt dat de regels rondom overgang van onderneming ook gelden bij de zogenoemde pre-pack. Het HvJ volgt daarmee de conclusie van Advocaat-Generaal Mengozzi. Over deze conclusie, de pre-pack en de feiten van deze zaak verscheen op onze website eerder het artikel ‘Het begin van het einde voor de pre-pack?’

Rechten bij overgang van onderneming

Richtlijn 2001/23/EG (de “Richtlijn”) beoogt dat werknemers hun rechten behouden bij overgang van onderneming. Deze regel geldt volgens de Richtlijn niet in faillissementssituaties. Redengevend daarvoor is dat het faillissement ziet op de liquidatie van het vermogen van de vervreemder, met als doel om de gezamenlijke schuldeisers van de vervreemder te voldoen. Maar valt een pre-pack faillissement wel onder deze uitzondering, nu de nadruk daarbij ligt op voortzetting van (een deel van) de gefailleerde onderneming?

Het arrest van het Hof van Justitie: pre-pack valt niet onder faillissementsuitzondering overgang van onderneming

Het HvJ oordeelt dat de pre-pack niet onder de faillissementsuitzondering valt, en onderbouwt dat oordeel als volgt:

  • de Richtlijn beoogt werknemers te beschermen tegen ontslag dat plaatsvindt louter op basis van de overgang van de onderneming naar een verkrijger;
  • op die bescherming wordt een uitzondering gemaakt voor faillissementssituaties, maar omdat deze uitzondering tot gevolg heeft dat de bescherming van werknemers in bepaalde gevallen in beginsel niet geldt, moet deze gepreciseerde uitzondering strikt worden uitgelegd;
  • de uitzondering van de faillissementsprocedure of soortgelijke procedure kan zich dan dus niet uitstrekken tot een transactie die het faillissement weliswaar voorbereidt, maar niet tot het faillissement zelf leidt;
  • de pre-pack wordt pas na de faillietverklaring uitgevoerd en kan dus in beginsel onder het begrip faillissementsprocedure in de zin van de Richtlijn vallen (de onderneming is immers failliet geweest), maar de Richtlijn vereist daarnaast dat een faillissementsprocedure wordt ingeleid met het oog op de liquidatie van het vermogen van de vervreemder;
  • de pre-pack beoogt echter vanaf het begin voortzetting van de activiteit van de betrokken onderneming na faillissement, en niet zozeer de liquidatie van het vermogen. Daarmee valt de pre-pack niet onder de uitzondering van de Richtlijn.

Dat de pre-pack ook beoogt een zo hoog mogelijke opbrengst voor de gezamenlijke schuldeisers te realiseren, doet volgens het HvJ niet af aan het gegeven dat de pre-pack als hoofddoel heeft dat de activiteit wordt voortgezet met behoud van de betrokken onderneming. Het HvJ concludeert dat dit doel (voortzetting) niet kan rechtvaardigen dat werknemers worden beroofd van de rechten die de Richtlijn toekent.

Minder pre-packs door geldigheid regels overgang van onderneming?

Uit het arrest is op te maken dat de werknemers die betrokken zijn bij een pre-pack die als hoofddoel heeft dat een onderneming onmiddellijk na faillissement wordt doorgestart, onder de werkingssfeer en bescherming van de Richtlijn vallen.

Het gegeven dat de koper bij een pre-pack in die situatie verplicht zal zijn ook alle werknemers van het over te nemen bedrijfsonderdeel over te nemen met behoud van hun arbeidsvoorwaarden, zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat van de pre-pack veel minder gebruik zal worden gemaakt. Ondernemingen die dreigen te failleren en tegelijkertijd een zwaar op de resultaten drukkend werknemersbestand hebben, zullen immers minder snel (of tegen een aanzienlijk lagere prijs) via een pre-pack worden overgenomen. Het ligt voor de hand dat dergelijke ondernemingen nu eerder ‘gewoon’ zullen failleren, met alle mogelijke gevolgen voor de werkgelegenheid van dien.

Of dit arrest ook gevolgen heeft voor de inwerkingtreding van de Wet continuïteit Ondernemingen I valt nog te bezien, maar dit arrest lijkt het begin van het einde van de pre-packpraktijk te markeren.