Uit de oude doos: gegaste uien

Meer artikelen over:CassatieUit de oude doos
Claudia Zeri
Claudia Zeri Advocaat

In deze rubriek bespreken we oude arresten die nog steeds relevant zijn. Hoe zat het ook alweer met: Het arrest Gegaste uien (HR 7 maart 1969, NJ 1969, 249)?

Het plaatje ziet er als volg uit: In het voorjaar van 1959 koopt het bedrijf Noordermeer en Zoon NV, 90 ton uien van landbouwer C. de Klerk. De door Noordermeer gekochte uien worden voor levering opgeslagen met de rest van de uien van De Klerk. De Klerk constateert dat de uien besmet zijn met de larve van de preimot en vraagt aan Noordermeer toestemming om de uien ter bestrijding daarvan door het gemeentelijk bedrijf Roteb te laten gassen met methyl-bromide (een middel dat overigens tegenwoordig verboden is). Noordermeer maakt er weinig woorden aan vuil en gaat akkoord. Roteb voert, ondanks haar “brevet van bekwaamheid”, de klus niet goed uit; het gevolg hiervan is dat alle uien opgeslagen bij De Klerk waardeloos worden en moeten worden vernietigd, ook de door Noordermeer gekochte uien.

Vergoeding voor geleden schade

Noordermeer eist natuurlijk vergoeding van de door haar geleden schade en spreekt daartoe Roteb direct aan wegens ondeskundigheid, onvoorzichtigheid en/of roekeloosheid bij het uitvoeren van de gassing. Roteb beroept zich op het overeengekomen exoneratiebeding tussen Roteb en De Klerk, waaruit voortvloeit dat Roteb niet aansprakelijk is voor veroorzaakte schade. Hiertegenover stelt Noordermeer dat zij als derde niet gebonden is aan hetgeen is overeengekomen tussen Roteb en de Klerk en dus Roteb mag aanspreken op geleden schade.

Kan het tussen Roteb en De Klerk overeengekomen exoneratiebeding nu wel of niet ook tegen Noordermeer worden ingeroepen?

Hoofdregel is dat contractuele bedingen slechts verbindend zijn voor de partijen bij de overeenkomst. In deze zaak ziet de Hoge Raad echter reden om hiervan af te wijken. Noordermeer, ook al was zij zelf geen partij bij de overeenkomst, is hier toch aan het exoneratiebeding gebonden omdat zij zonder enige beperking of nadere omschrijving aan De Klerk goedkeuring gaf om de uien door Roteb te laten gassen. Noordermeer heeft De Klerk vrij gelaten in het maken van de afspraken met Roteb. Het gevolg hiervan is dat Noordermeer een situatie creëerde waarin Roteb ervan uit mocht gaan dat het exoneratiebeding van toepassing was op alle uien die bij De Klerk lagen opgeslagen, dus ook die van Noordermeer.

Afspraak kan ook gelden voor derde partij

Hieruit volgt dat een afspraak tussen partijen A & B toch kan gelden voor derde C (ook in diens nadeel), afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Indien een partij erop mag vertrouwen dat een contractueel exoneratiebeding met betrekking tot alle goederen geldt waarop de overeenkomst betrekking heeft, kan dit exoneratiebeding onder bepaalde omstandigheden dus ook worden ingeroepen tegen een derde (die geen partij is bij de overeenkomst). Met name is relevant of de derde door eigen handelen dit vertrouwen heeft gewekt.