Uit de oude doos: het Bibolini-arrest

Meer artikelen over:CassatieUit de oude doos
Rens Groen
Rens Groen Advocaat

In deze rubriek bespreken we oude arresten die nog steeds relevant zijn. Het Bibolini-arrest (HR 17 december 1982, NJ 1983, 480) bespreekt de vraag of een rechtspersoon onder een overeenkomst uit kan wanneer het bestuur deze overeenkomst in strijd met zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gesloten.

De Curaçaose casus

De casus speelt zich af op Curaçao. Reinaldo Bibolini koopt op 24 januari 1978 twee motordraaibanken van de Antilliaanse vennootschap AMW NV. De bestuurder van AMW, Guidobaldo Lombardi, tekent de koopovereenkomst. Bibolini verhuurt de motordraaibanken weer terug aan AMW, maar deze raakt achter met het betalen van de huur. Bibolini stapt naar de rechter en vordert ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de achterstallige huur en afgifte van de machines. AMW voert onder meer als verweer dat Lombardi de motordraaibanken niet eens namens haar aan Bibolini had mogen verkopen. Hiervoor was toestemming van de aandeelhouders van AMW vereist en Lombardi had die toestemming niet gekregen. Daarbij kwam dat Bibolini, als vertegenwoordiger van één van AMW’s aandeelhouders, op de hoogte was van Lombardi’s beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid.

De zaak in hoger beroep

Het Antilliaanse recht van die tijd bepaalde – evenals het Nederlandse recht – dat alleen op de wét gebaseerde beperkingen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur door een NV konden worden ingeroepen om onder een overeenkomst uit te komen. Het toestemmingsvereiste van AMW’s aandeelhouders voor de verkoop van machines was echter gebaseerd op een aandeelhoudersbesluit. Niettemin oordeelde het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen in hoger beroep dat AMW niet aan de koopovereenkomst gebonden was. De reden hiervoor was dat Bibolini de transactie aangegaan was terwijl hij wist van de beperking van Lombardi’s vertegenwoordigingsbevoegdheid; nota bene een beperking op basis van een aandeelhoudersbesluit waar Bibolini zelf bij betrokken was geweest.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad zag het anders en bepaalde dat een NV óók aan een overeenkomst gebonden is als de andere partij weet dat de bestuurder van de NV op basis van interne regels is beperkt in zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid. Wel kán het zo zijn dat de andere partij in strijd handelt met de goede trouw als hij de NV vervolgens aan die overeenkomst houdt. Of er daadwerkelijk sprake is van strijd met de goede trouw hangt af van de omstandigheden van het geval. Naast de wetenschap van de interne bevoegdheidsbeperking kan de betrokkenheid van de wederpartij bij de totstandkoming van de bevoegdheidsbeperking (zoals bij Bibolini het geval was) een omstandigheid zijn die wijst op kwade trouw. Maar dergelijke omstandigheden op zich zijn hiervoor onvoldoende bewijs. Ze moeten altijd in een feitelijke context worden geplaatst en worden afgewogen tegen alle andere relevante omstandigheden van het geval. En dat had de rechter in hoger beroep niet gedaan. Of Bibolini nu wél of niet te kwader trouw had gehandeld, bleef dus de vraag. Een vraag waar de rechter in hoger beroep zich van de Hoge Raad – met de door de Hoge Raad gegeven aanwijzingen in het achterhoofd – over moest gaan buigen. De zaak werd dan ook terugverwezen naar de Antillen.

Bibolini-arrest anno 2017

Anno 2017 leeft het Bibolini-arrest nog steeds. Als het bestuur namens een rechtspersoon een overeenkomst aangaat in strijd met een intern geldende beperking van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid, komt er gewoon een verbintenis tot stand. Normaal gesproken kan de wederpartij zich tegenover de rechtspersoon ook op deze verbintenis beroepen. Behalve als er sprake is van strijd met de goede trouw.