Opzeggen volgens contractuele regeling: altijd risicoloos?

Duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd zijn in beginsel opzegbaar, ook als in het contract of in de wet een opzeggingsregeling ontbreekt. Soms heeft de opzeggende partij evenwel een zwaarwegende grond voor opzegging nodig, of is een opzegtermijn c.q. betaling van een (schade)vergoeding vereist. Dit is inmiddels vaste rechtspraak. Maar wat geldt er als partijen wél een contractuele opzeggingsregeling zijn overeengekomen? Is de opzeggende partij bij inachtneming van die regeling dan altijd “safe” in die zin dat hij met een gerust hart kan opzeggen zonder dat die opzegging door de wederpartij met succes wordt aangevochten of schade wordt geclaimd? Nee, aldus de Hoge Raad in zijn arrest van 11 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1134).

In deze zaak zei een werkgever de uitvoeringsovereenkomst met een pensioenfonds op. Hoewel de contractuele opzegtermijn was gerespecteerd, vocht het pensioenfonds de opzegging aan omdat deze vanwege de bijzondere aard van de uitvoeringsovereenkomst volgens het pensioenfonds gepaard had moeten gaan met een financiële compensatie. De Hoge Raad overwoog dat de redelijkheid en billijkheid ook bij een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd mét een opzeggingsregeling in de weg kunnen staan aan respectievelijk opzegging, opzegging zonder zwaarwegende grond, opzegging op een bepaald moment, of opzegging zonder aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Of de redelijkheid en billijkheid opzegging zonder betaling van schadevergoeding kunnen verhinderen is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Hoewel deze overweging van de Hoge Raad alleen betrekking lijkt te hebben op contractuele opzegregelingen, is goed betoogbaar dat ook een wettelijke opzegbevoegdheid (bijvoorbeeld bij een overeenkomst van opdracht) op dezelfde wijze wordt begrensd (vgl. het Phoenix-arrest uit 2001 (ECLI:NL:HR:2001:AB0808)).

Brengt dit arrest ons iets nieuws? Nee, uit het ING/De Keijzer-arrest uit 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2929) bleek bijvoorbeeld al dat de redelijkheid en billijkheid een beroep op een contractuele opzegbevoegdheid kunnen beletten. Wel herinnert dit arrest contractspartijen (en hun adviseurs) eraan dat een contractuele opzegbevoegdheid, ook als je deze respecteert, niet altijd risicoloos is. Partijen kunnen dit risico verminderen door de wijze en (financiële) gevolgen van opzegging uitvoerig in hun contract te regelen. Voor de (aanvullende werking van de) redelijkheid en billijkheid is dan minder ruimte.

Dit artikel verscheen in september 2016 in de rubriek Snelrecht van Mr. magazine.