William Schonewille in NRC over geheimhouding onderzoeksrapport SNS Reaal

Meer artikelen over:Financieel recht

Dit artikel verscheen op 29 november 2017 in NRC Handelsblad.

Deskundigen onderzoeken wat SNS Reaal waard was toen het in 2013 werd genationaliseerd. De staat wil dat de uitkomst vertrouwelijk blijft, tot woede van beleggers.

Wat was SNS Reaal waard op 1 februari 2013, de dag waarop toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem de bankverzekeraar nationaliseerde en beleggers onteigende? Over die vraag hebben drie deskundigen zich de voorbije 21 maanden gebogen. Het concept-antwoord wordt naar verwachting één dezer dagen verstuurd naar de partijen die bij de Ondernemingskamer om het onafhankelijke oordeel hebben gevraagd. Maar de staat en beleggers maken er nú al ruzie over.

Dat valt af te leiden uit een verzoek dat landsadvocaat Richard de Haan (Allen & Overy) heeft ingediend bij de Ondernemingskamer en dat donderdag wordt behandeld. De staat wil dat de Ondernemingskamer beleggers dwingt tot geheimhouding over het concept-rapport.

Zo moet worden voorkomen dat bedrijfsgevoelige informatie over SNS (nu Volksbank), verzekeringsdochter Reaal (het huidige Vivat) en vastgoedpoot Property Finance (tegenwoordig Propertize) op straat komt te liggen, laat een woordvoerder van Financiën weten.

“De nationalisatie is alweer bijna vijf jaar geleden, dus welke gegevens kunnen in vredesnaam nog bedrijfsgevoelig zijn?”

Maar zowel beleggersclub VEB als de advocaat van voormalig obligatiehouders William Schonewille (BarentsKrans) is fel gekant tegen dit verzoek. „De nationalisatie is alweer bijna vijf jaar geleden,” stelt Schonewille, „dus welke gegevens kunnen in vredesnaam nog bedrijfsgevoelig zijn?” De advocaat vindt dat álle belanghebbenden de kans moeten krijgen de voorlopige conclusies in te zien én erop te reageren voordat ze definitief worden, ook zij die nog geen partij zijn in het juridische gevecht met de staat over SNS.

Het gesteggel over een concept-rapport dat er nog niet is verraadt hoeveel er op het spel staat. Financieel natuurlijk: beleggers hopen met het oordeel van de deskundigen in de hand aanspraak te maken op een schadeloosstelling. Maar voor de staat draait de kwestie-SNS óók om reputatie. Bij de nationalisatie werd voor het eerst (en voorlopig voor het laatst) gebruikgemaakt van de Interventiewet die de Nederlandse regering slechts een half jaar eerder had ingevoerd. Die wet – een reactie op de kredietcrisis en bedoeld om de financiële stabiliteit te waarborgen– geeft de minister van Financiën de mogelijkheid aandeelhouders én obligatiehouders van een financiële instelling te onteigenen als hij dat nodig acht.

Dijsselbloem nam de ingrijpende maatregel op 1 februari 2013 nadat SNS Reaal (toen 6.700 werknemers) zijn buffers in hoog tempo had zien slinken. Dat kwam vooral door grote problemen en corruptie bij de vastgoedpoot van SNS, Property Finance. Een private reddingspoging – een overname door private equity-partij CVC – was ternauwernood mislukt.

Angst voor bankrun

Het vertrouwen in SNS Reaal nam af en de overheid vreesde voor een bankrun, waardoor een faillissement onvermijdelijk zou worden. Overmacht, dus.

Ruimte voor schadeloosstelling voor beleggers was er niet, oordeelde Dijsselbloem. Volgens zijn berekeningen was SNS Reaal op het moment van onteigening namelijk al niets meer waard, ondanks het feit dat op de beurs nog bijna 250 miljoen euro voor de onderneming werd betaald en er meer dan een miljard aan obligaties uitstond.

Beleggers zijn het vanzelfsprekend niet met Financiën eens. Zij betwijfelen of de nood wel zo hoog was. Bovendien maken ze een ander sommetje als het gaat om de waarde van de bank-verzekeraar ten tijde van de nationalisatie. In meerdere procedures hebben aandeelhouders en obligatiehouders daarom zowel de onteigening als de waardebepaling door Financiën aangevochten. Verzet tegen de onteigening liep spaak, maar een verzoek om onafhankelijke deskundigen naar de waardebepaling te laten kijken, werd door de Ondernemingskamer uiteindelijk wel ingewilligd.

Daarnaast hebben beleggers nóg een ijzer in het vuur. Aangevoerd door de VEB hebben zij de Ondernemingskamer deze zomer verzocht om een onderzoek naar wanbeleid bij SNS Reaal in de periode tussen de beursgang in 2006 en de nationalisatie in 2013. Als het aan de beleggersclub ligt, nemen deskundigen zowel de rol van de bedrijfstop, toezichthouders als accountant KPMG onder de loep. Ergens in de komende weken wordt naar verwachting duidelijk of de Ondernemingskamer aan die wens gehoor geeft.

Mocht dat zo zijn, dan is dat natuurlijk een opsteker voor de onteigende beleggers. Maar een schadevergoeding is ook via die route nog ver weg. Niet alleen duurt zo’n onderzoek naar verwachting minstens een jaar, ook wijst het geen schuldigen aan, als die er al zijn. Daarvoor zullen beleggers verder moeten procederen.