Meervoudige causaliteit in het verzekeringsrecht

Onlangs heeft de Hoge Raad een interessant arrest gewezen in een verzekeringsrechtelijke zaak, waarin een principieel punt wordt gemaakt over de causaliteitsmaatstaf in geval van meervoudige schadeoorzaken (HR 4 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:815). 

De gangbare causaliteitstheorieën

In de verzekeringsrechtelijke literatuur wordt volop gediscussieerd over de waarde van gangbare causaliteitstheorieën voor gevallen van meervoudige causaliteit. De vijf belangrijkste zijn:

  • conditio sine qua non (noodzakelijke voorwaarde);
  • causa proxima (de meest dichtbijzijnde gebeurtenis prevaleert);
  • causa remota (de verst gelegen gebeurtenis in de causale keten prevaleert);
  • toerekening naar redelijkheid; en
  • dominant cause (alleen de dominante reden wordt in aanmerking genomen).

Deze laatste theorie wordt door veel auteurs bepleit, terwijl ook de verzekeraar in deze procedure een beroep had gedaan op de dominant cause (zie over deze theorieën de uitstekende Conclusie van A-G Valk vóór het arrest (ECLI:NL:PHR:2020:986).

De casus

De casus was vrij overzichtelijk. Het ging hier om een in Parijs gestolen auto, die later uitgebrand in België is teruggevonden. De eigenaar van de auto claimde aanvankelijk diefstalschade, maar die werd door de verzekeraar geweigerd omdat de auto niet adequaat, zoals de polis voorschreef, was beveiligd. Later wendde de eigenaar zich opnieuw tot de verzekeraar, dit keer om de brandschade te claimen die zonder meer onder de dekking viel. De verzekeraar weigerde andermaal. De eigenaar zocht vervolgens zijn toevlucht tot de rechtbank, maar die wees de gevorderde verklaring voor recht dat de door hem geleden schade is gedekt af.

De uitspraak van het hof

Het hof kwam tot een ander, meer genuanceerd oordeel, waarin het probleem van de meervoudige causaliteit door middel van uitleg van de polisvoorwaarden wordt behandeld. Daartoe overwoog het hof dat de niet gedekte diefstal voor de eigenaar heeft geleid tot het verlies van de feitelijke macht en gaandeweg ook de vermogenswaarde van de auto, terwijl de wel gedekte brand onmiddellijk heeft geleid tot zaaks- en vermogensschade. De uiteindelijk schade is dus een gevolg van beide factoren, maar onduidelijk is wat hun onderlinge causaliteitsbijdrage is geweest. De vergoedingsplicht van de verzekeraar wordt daarom proportioneel verminderd door de schade te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. In dit geval acht het hof het gerechtvaardigd de schade voor 70% aan de diefstal toe te rekenen, zodat de verzekeraar 30% van de gedekte brandschade aan de eigenaar moet vergoeden. Het hof ziet geen aanleiding de dominant cause-leer toe te passen, omdat daarvoor geen aanknopingspunt is te vinden in de duidelijk polisvoorwaarden.

De Hoge Raad verwerpt het principale beroep van de eigenaar tegen het arrest van het hof zonder motivering en gaat alleen in op de incidentele klacht van de verzekeraar dat het hof heeft verzuimd de dominant cause-leer toe te passen. Daartoe overweegt de Raad dat bij de beantwoording van de vraag van welke causaliteitsmaatstaf moet worden uitgegaan om te bepalen of het in een verzekeringsovereenkomst verlangde causale verband aanwezig is, het in de eerste plaats aankomt op wat partijen daarover zijn overeengekomen. Indien de overeenkomst niet inhoudt van welke causaliteitsmaatstaf moet worden uitgegaan, is de rechter niet gehouden de aanwezigheid van dat causale verband in beginsel aan de hand van de zogenaamde leer van de dominant cause te onderzoeken (rov. 3.1.2). Zo wordt ook het incidentele beroep verworpen.

Daarmee bevestigt de Hoge Raad de hoofdregel dat de uitleg van de verzekeringsovereenkomst bepalend is voor de causaliteitsmaatstaf. Van een harde subregel, waarbij een bepaalde causaliteitstheorie uitkomst moet bieden, wil de Hoge raad niet weten. Het lijkt me wel aannemelijk dat de rechter een dergelijke theorie, zoals de dominant cause, bij wijze van gezichtspunt of suggestie een rol kan laten spelen bij die uitleg. Aldus schept de Hoge Raad meer duidelijkheid over een onderwerp, waarover binnen de literatuur de nodige verwarring is ontstaan. Dat lijkt mij winst.

Het laatste cassatie nieuws in je mailbox?