Ken uw klassiekers: Verhuizende zussen

Meer artikelen over:Cassatie
Hugo Kolstee
Hugo Kolstee Advocaat

In deze rubriek bespreken we oude arresten die nog steeds relevant zijn. In Het arrest Verhuizende zussen (HR 12 mei 2000, NJ 2001/300) staat de volgende vraag centraal: Wanneer is gedrag onrechtmatig en wanneer is er sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Wendy helpt haar zus Monique verhuizen. Bij het de trap op sjouwen van een kast gaat mis. Monique – die de kast van onderen vasthoudt – probeert de kast te draaien maar verliest daarbij haar evenwicht. In een schrikreactie geeft ze kast een duw naar voren, waardoor Wendy’s rechterpols bekneld raakt. De beknelling leidt tot het afsterven van spierweefsel, waardoor Wendy’s rechteronderarm moet worden geamputeerd.

Onrechtmatige daad?

Wendy spreekt Monique aan uit onrechtmatige daad, en vordert schadevergoeding. Van de rechtbank krijgt ze die, maar het hof oordeelt genuanceerder: door de kast te draaien heeft Monique weliswaar een reëel gevaar in het leven geroepen waaraan zij haar zus heeft blootgesteld, maar Wendy heeft met de manier waarop de kast werd vervoerd ingestemd. Het hof oordeelt daarom dat Wendy in gelijke mate het gevaar in het leven heeft geroepen; de schade is dus voor de helft aan haar toe te rekenen.

Een ongelukkige samenloop van omstandigheden?

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, en wijst Wendy’s schadevergoedingsvordering af.

Daartoe overweegt hij eerst dat gevaarscheppend gedrag (pas) onrechtmatig is als de kans op een ongeval door dat gedrag zo groot is dat “de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden”. Dat een bepaald gevaarscheppend gedrag een ongeluk tot gevolg heeft, maakt dat gedrag nog niet onrechtmatig.

De Hoge Raad overweegt verder dat de feitelijke toedracht van Wendy’s beknelde pols komt door een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Met andere woorden: Wendy heeft heel erge pech gehad. Monique’s gedraging – de draai met de kast dat het gevaar schiep waardoor Wendy gewond is geraakt – maakte het ongeval niet zó waarschijnlijk dat Monique die gedraging achterwege had moeten laten “naar de eisen van de haar jegens Wendy betamende zorgvuldigheid”. Dat er daadwerkelijk letsel uit die gedraging is voortgevloeid maakt het niet anders, want dat letsel is toe te schrijven aan de ongelukkige gang van zaken bij de verhuizing, aldus de Hoge Raad.

Slotsom

Het enkel ontstaan van (letsel)schade maakt de veroorzakende gedraging niet onrechtmatig. Sommige gedragingen resulteren wegens een ongelukkige samenloop van omstandigheden helaas in (nare) ongevallen. Alléén als de kans op een bepaald ongeval door een gedrag zo groot is dat een weldenkend mens het niet in z’n hoofd zou halen zoiets te doen, is er sprake van een onrechtmatige gedraging.