Ken uw klassiekers: duurovereenkomsten in Latour/De Bruijn & De Ronde Venen/Stedin

Paul Tanja
Paul Tanja Advocaat

In de rubriek ‘Ken uw klassiekers’ bespreken we oude arresten die nog steeds relevant zijn. In de arresten Latour/De Bruijn en De Ronde Venen/Stedin stond de vraag centraal hoe het zit met het opzeggen van duurovereenkomsten van onbepaalde tijd. Ook benoemen we enkele recente uitspraken over dit onderwerp.

Bij duurovereenkomsten rust op partijen een doorlopende verplichting tot nakoming. Te denken valt bijvoorbeeld aan arbeids-, huur-, distributie- en exploitatieovereenkomsten. Duurovereenkomsten kunnen voor bepaalde of onbepaalde tijd worden gesloten. Duurovereenkomsten van onbepaalde tijd worden aangegaan voor een niet nader bepaalde (vaak langere) periode. Als partijen ook niet in een opzegregeling hebben voorzien, rijst bij deze overeenkomsten de vraag: kan je van de overeenkomst af door deze op te zeggen?

Standaardarresten

Ja, aldus de Hoge Raad in onder meer de ‘standaardarresten’ Latour/De Bruijn uit 1999 (NJ 2000, 120) en De Ronde Venen/Stedin uit 2011 (NJ 2012, 685). In beginsel zijn duurovereenkomsten van onbepaalde tijd opzegbaar, maar deze mogelijkheid is niet onbegrensd. De redelijkheid en billijkheid kunnen met zich meebrengen dat een partij alleen kan opzeggen als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Wanneer een zodanige grond is vereist, hangt af van de aard en inhoud van de duurovereenkomst en de omstandigheden van het geval. Een open maatstaf dus.

Een langdurige en afhankelijke zakenrelatie tussen partijen maakt niet dat een voldoende zwaarwegende grond steeds is vereist, zo kan uit de arresten van de Hoge Raad worden afgeleid. Dit lijkt misschien onredelijk: neem een distributeur die tien jaar heeft geleverd aan een klant en meer dan 50% van zijn omzet uit die relatie genereert. Kan de distributeur dan van de ene op de andere dag met lege handen komen te staan als zijn klant de relatie beëindigt? Niet per se. De omstandigheden waaronder het contract is uitgevoerd, kunnen meebrengen dat een opzegtermijn in acht moet worden genomen en eventueel een schadevergoeding moet worden betaald.

Opzegregeling in duurovereenkomsten van onbepaalde tijd

Duurovereenkomsten van onbepaalde tijd, ook bij gebrek aan een opzegregeling, kunnen in principe dus worden opgezegd. Raadzaam is echter om de mogelijkheden hiertoe schriftelijk vast te leggen. Zo voorkom je mogelijk een toekomstig geschil en houden partijen meer controle over hun scheiden der wegen. Een goede opzegregeling bevat bijvoorbeeld of en wanneer de overeenkomst kan worden opgezegd, of daarvoor een zwaarwegende grond nodig is en wat als zodanig onder meer kwalificeert, of een opzegtermijn geldt en of de opzeggende partij een bepaalde vergoeding is verschuldigd. Dat betekent niet dat een dergelijke opzegregeling zaligmakend is. Ook als de overeenkomst voorziet in een opzegregeling kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval namelijk nog steeds meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden (bijv. het in acht nemen van een langere opzegtermijn).

Duurovereenkomst Golden Earring (2017)

Dat (onder meer) de uitspraken Latour/De Bruijn en De Ronde Venen/Stedin tegenwoordig behoren tot de vaste leer van de Hoge Raad over dit onderwerp, blijkt ook uit twee recente uitspraken van de Hoge Raad: de uitspraak tussen Golden Earring en Nanada c.s., een muziekuitgeverij, (ECLI:NL:HR:2017:1270) en de zaak tussen Goglio en SMQ over een licentieovereenkomst (ECLI:NL:HR:2018:141). Van deze twee spreekt de eerstgenoemde het meest tot de verbeelding.

Tussen Golden Earring en Nanada c.s. bestond een duurovereenkomst van onbepaalde tijd. Nanada c.s. zorgen voor de promotie en exploitatie van diverse nummers van Golden Earring. De daartoe benodigde muziekrechten hebben de maatschappijen al eerder overgedragen gekregen. De promotie- en exploitatiewerkzaamheden van Nanada c.s. variëren van het gebruik van Golden Earring muziek in een reclame van Uniekaas, tot het uploaden van albums in de iTunes bibliotheek. Golden Earring is hierover niet tevreden en uit dat in 2010 in een ontbindingsbrief, en later voor de zekerheid ook in een opzeggingsbrief van haar advocaat. Het ontbindingsberoep stuit af, maar het beroep op opzegging van de overeenkomsten van de muzikanten vindt bij het hof vruchtbare bodem. Nanada c.s. gaan in cassatie.

Zoals hiervoor opgemerkt, is het vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat duurovereenkomsten van onbepaalde tijd in principe opzegbaar zijn. Op dit uitgangspunt gelden twee uitzonderingen. Eén daarvan vloeit voort uit de bedoeling van partijen. Daaruit kan blijken dat de overeenkomst niet opzegbaar is. De andere uitzondering vormen de redelijkheid en billijkheid in samenspel met de aard van de overeenkomst en de overige omstandigheden. Die kunnen meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is als daar een voldoende zwaarwegende grond voor bestaat, dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Beide uitzonderingen kwamen in het Golden Earring arrest voorbij.

Met name blijkt uit de overwegingen van de Hoge Raad dat als één partij flink investeert in de contractuele relatie, de andere partij deze relatie in sommige gevallen niet plotsklaps (d.w.z. zonder zwaarwegende grond, opzegtermijn of schadevergoeding) kan beëindigen. ‘In sommige gevallen’, omdat de Hoge Raad deze omstandigheid specifiek inbedt in de auteursrechtelijke achtergrond waartegen de zaak tussen Golden Earring en haar muziekuitgever zich afspeelde. In niet-auteursrechtelijke gevallen moet steeds apart worden beoordeeld of de omstandigheden van het geval, waaronder over en weer gedane investeringen, in de weg staan aan een blote opzegging.

Klik hier om het gehele artikel over de uitspraak tussen Golden Earring en Nanada c.s. te lezen.