Uit de oude doos: Rasti Rostelli I

Asmara Kalter
Asmara Kalter Advocaat

In deze rubriek bespreken we oude arresten die nog steeds relevant zijn. Dit keer Rasti Rostelli I (HR 26 april 1996, NJ 1996,98).

De afgelopen tijd is er veel ophef over rapper Jebroer en de tekst van zijn lied ‘Kind van de Duivel’. Het nummer zou de spot drijven met Jezus en drank en drugs verheerlijken. Een aantal gelovige gemeenten, zoals Hardinxveld en Vriezenveen, probeert optredens van de rapper om die reden te weren. Dit weren kan echter niet zomaar. Dat bleek onder meer al in de jaren ‘90 toen de gemeente Rijssen een optreden van Rasti Rostelli probeerde te verhinderen.

De gemeente Rijssen had destijds een multifunctioneel centrum in eigendom dat door derden kon worden gehuurd voor het houden van optredens. Op enig moment wil Universal Star Production (‘Universal’) dit centrum huren ten behoeve van een hypnoseshow van Rasti Rostelli. De gemeente Rijssen weigert echter te verhuren. Zij stelt zich daartoe op het standpunt dat de shows van Rostelli in strijd zijn met de christelijke waarden van Rijssen en niet past bij de (religieuze) achtergrond van de plaatselijke bevolking.

Vrijheid van meningsuiting

Universal laat het er niet bij zitten en stapt naar de rechter. Zij meent dat de weigering door de gemeente een schending is van het in de Grondwet opgenomen recht op vrijheid van meningsuiting. Een inhoudelijk oordeel over de aard van de te geven voorstelling mag volgens Universal niet meewegen bij de beslissing om al dan niet te verhuren. De gemeente verweert zich daartegen door te stellen dat zij jegens Universal handelt als particuliere zalenverhuurder (private partij) en dat contractsvrijheid vóór het recht op vrijheid van meningsuiting gaat.

Contractsvrijheid overheid

De Hoge Raad stelt Universal in het gelijk. Als overheidsinstantie moet de gemeente altijd het algemeen belang behartigen en daarom kan de uitoefening van de contractsvrijheid door de overheid niet gelijk worden gesteld met die van een particulier. De overheid moet bij haar privaatrechtelijke handelingen ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen en grondrechten respecteren. Dat betekent dat de overheid als verhuurder van een zaalruimte de verhuur aan een artiest niet op voorhand mag weigeren op grond van overwegingen met betrekking tot de aard van een optreden.

Kortom: als de gemeente als private partij optreedt, wordt zij in haar contractsvrijheid beperkt door bestuursrechtelijke normen en grondrechten. Gemeenten die bepaalde optredens willen weren, doen er verstandig aan om daar rekening mee te houden.