Wetswijziging maakt herbestemming gebouwen voor vluchtelingenopvang eenvoudiger

Aan Nederlandse gemeenten is gevraagd een actieve bijdrage te leveren aan de opvang en huisvesting van de grote toestroom van vluchtelingen. De gemeente Den Haag heeft op 13 oktober 2015 drie locaties aangewezen: (i) het voormalig ministerie van Sociale Zaken, (ii) een voormalig zorgcomplex aan de Scheveningseweg en (iii) een pand aan de Kiwistraat.

Het stadsbestuur heeft bewust gekeken naar leegstaande kantoorpanden om te voorkomen dat woningzoekenden op de sociale woningmarkt de dupe worden van de huisvesting van vluchtelingen. Herbestemming van bestaande gebouwen kan bestuursrechtelijk problematisch zijn, want huisvesting – ook voor asielzoekers – is veelal in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan. Recente wetswijzigingen hebben dit proces echter aanmerkelijk eenvoudiger gemaakt.

Functiewijziging met behulp van ‘de kruimelgevallenregeling’

Op grond van de zogenaamde kruimelgevallenregeling kan een bestaand bouwwerk binnen de bebouwde kom worden gebruikt voor een andere bestemming dan planologisch is toegestaan. Tot deze regeling behoren gevallen die door de wetgever planologisch als ‘kruimelgevallen’ worden gezien en om die reden via een relatief eenvoudige procedure planologisch geschikt gemaakt kunnen worden. Bij toepassing van de kruimelgevallenregeling is een uitgebreide bestemmingsplanwijziging niet nodig maar kan worden volstaan met een reguliere vergunningprocedure. Een bekend voorbeeld is het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning.

Sinds 9 september 2015 kan voor de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen in bestaande bouwwerken buiten de bebouwde kom ook gebruik worden gemaakt van deze regeling. Dat is een verruiming ten opzichte van de oude regeling die, behoudens logiesfuncties voor werknemers, alleen zag op situaties binnen de bebouwde kom. Deze wijziging maakt het mogelijk om ook relatief eenvoudig  kantoorpanden, recreatiewoningen en bedrijfsgebouwen buiten de bebouwde kom planologisch geschikt te maken voor opvang van vluchtelingen via de kruimelgevallenregeling.

Gemeenten buitenspel?

Toepassing van de kruimelgevallenregeling was voorbehouden aan het College van Burgemeester en Wethouders. Het College heeft in dat kader een discretionaire bevoegdheid, waarop men als gebouweigenaar niet gegarandeerd aanspraak kan maken. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, dat belast is met het zoeken naar geschikte opvanglocaties, liep volgens de nota van toelichting in sommige gevallen aan tegen deze beleidsvrijheid van gemeenten, terwijl de huidige situatie juist noodzaakt tot snel beschikken over voldoende opvangcapaciteit.

Sinds 9 september 2015 kunnen Gedeputeerde Staten en de Minister de vergunningverlening op grond van de kruimelgevallenregeling naar zich toe trekken uitsluitend voor zover het de opvang van asielzoekers betreft en sprake is van een regionaal respectievelijk nationaal belang. Uitgangspunt was én blijft evenwel dat het College bevoegd is.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De ‘planologische drempel’ om ook leegstaande kantoorpanden, bedrijfsgebouwen en vakantie- en recreatieparken buiten de bebouwde kom geschikt te maken als opvangvoorziening voor vluchtelingen is verlaagd. Daarnaast kan de bevoegdheid om te beslissen op een dergelijke aanvraag verschuiven van het College naar Gedeputeerde Staten en de Minister. Dit biedt nieuwe kansen voor herbestemming en herontwikkeling van leegstaand vastgoed buiten de bebouwde kom.

Eigenaren moeten er rekening mee houden dat belanghebbenden bezwaar kunnen maken tegen het verlenen van een omgevingsvergunning. Vergunningverlening, ook op grond van de kruimelgevallenregeling, dient immers te passen binnen de goede ruimtelijke ordening.  Naast een vergunning voor afwijkend gebruik dienen eigenaren rekening te houden met eventueel benodigde vergunningen bij verbouwing van de locatie en toetsing aan de vereisten uit het Bouwbesluit 2012. Denk daarbij aan technische voorschriften en brandveiligheidsvoorschriften. Niet ieder l