Handelingsbevoegdheid curator na vernietiging faillietverklaring

Paul Tanja
Paul Tanja Advocaat

Zijn handelingen van de curator geldig en bindend voor de schuldenaar als de faillietverklaring is vernietigd, maar de uitspraak met de vernietiging nog niet onherroepelijk is geworden? De Hoge Raad heeft die vraag op vrijdag 11 november 2016 bevestigend beantwoord (ECLI:NL:HR:2016:2577).

Zowel de failliet verklaarde als zijn schuldeisers en andere belanghebbenden kunnen de faillietverklaring aanvechten door het instellen van verzet, hoger beroep of cassatie. Hiervoor geldt normaal een termijn van acht dagen (art. 8-12 Fw). Als een van de betrokkenen met succes tegen de faillietverklaring opkomt en deze wordt vernietigd, rijst de vraag of de handelingen die de curator intussen heeft verricht geldig en verbindend blijven. De Faillissementswet geeft antwoord op die vraag in artikel 13: handelingen van de curator, die zijn verricht vóór een vernietiging van de faillietverklaring door verzet, hoger beroep of cassatie, blijven geldig en verbindend voor de schuldenaar (de voormalig failliet verklaarde). De Faillissementswet geeft echter geen direct antwoord op de vraag wat er gebeurt met de handelingen van de curator, die hij verricht ná de vernietiging van de faillietverklaring, maar voordat de (uitspraak met de) vernietiging van de faillietverklaring onherroepelijk is geworden. Deze tussenperiode duurt doorgaans acht dagen, tenzij een rechtsmiddel is ingesteld (bijv. hoger beroep of cassatie). In dit laatste geval is de periode de duur van de beroepsprocedure.

Het antwoord van de Hoge Raad luidt als volgt. Handelingen van de curator zijn ook geldig en verbindend voor de schuldenaar in de periode dat de uitspraak tot vernietiging van de faillietverklaring nog niet onherroepelijk is geworden. Handelingen van de curator zijn bindend zolang de vernietiging van de faillietverklaring niet onherroepelijk is Wel moet de curator terughoudend met die bevoegdheid omgaan, aldus de Hoge Raad. Dat ligt m.i. voor de hand, omdat de handelingen van de curator – die hij verricht op basis van een faillietverklaring die vervolgens is vernietigd – verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de schuldenaar, zijn schuldeisers en overige belanghebbenden. De Hoge Raad overweegt dan ook ten slotte dat de curator zijn handelingen in de periode tussen de vernietiging van de faillietverklaring en de onherroepelijkheid daarvan, indien de gevolgen van die handelingen onomkeerbaar zijn, in beginsel dient te beperken tot gevallen waarin het belang van de boedel om die handelingen vraagt en uitstel niet kan worden geduld. Een voorbeeld daarvan is wanneer een bepaalde handeling noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming van de schuldenaar.