Geen onderkruipersverbod bij inzet eigen personeel

Meer artikelen over:Cassatie
Joost Luiten
Joost Luiten Advocaat

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1245

Artikel 10 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (de ‘Waadi’) verbiedt het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een onderneming om taken over te nemen van stakende werknemers. Met dit ‘onderkruipersverbod’ wordt voorkomen dat stakingen van hun effectiviteit worden beroofd door de inzet van externe arbeidskrachten. Maar geldt dit verbod ook bij de inzet van werknemers (in dit geval piloten) die werkzaam zijn bij andere vestigingen van dezelfde werkgever?

De casus

Pilotenvakbond VNV voerde vanaf augustus 2015 overleg met EasyJet over de collectieve arbeidsvoorwaarden van EasyJet-piloten die vluchten uitvoeren vanaf Schiphol. Op 14 juni 2016 hebben de bij VNV aangesloten EasyJet-piloten hun werkzaamheden tijdelijk neergelegd in het kader van de onderhandelingen. EasyJet zette daarop piloten van buitenlandse bases in om de geplande vluchten toch uit te voeren. Deze buitenlandse piloten waren – net alle andere EasyJet piloten in Europa, inclusief de piloten die vliegen vanaf Schiphol – in dienst van de Engelse vennootschap EasyJet Airline Co Ltd.

VNV startte vervolgens een kortgedingprocedure, waarin zij vorderde om EasyJet gedurende een periode van twaalf weken te verbieden om tijdens stakingen vluchten vanaf Schiphol te laten uitvoeren door buitenlandse piloten. EasyJet vorderde in reconventie VNV gedurende twaalf weken te verbieden in het weekend stakingen te organiseren en haar te verplichten stakingen minstens 48 uur van tevoren aan te kondigen.

Rechtbank en hof

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam en het Gerechtshof Amsterdam wezen de vordering van VNV af en de reconventionele vorderingen van EasyJet grotendeels toe. Het onderkruipersverbod was volgens het hof in dit geval niet van toepassing, omdat geen sprake was van terbeschikkingstelling in de zin van de Waadi. Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten wordt in art. 1 sub c van de Waadi gedefinieerd als: “het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht en leiding, anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst, verrichten van arbeid”. In dit geval waren de buitenlandse piloten dienst van dezelfde werkgever als de Nederlandse. Er was dus geen sprake van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten door een externe partij, maar van inzet van eigen personeel door EasyJet,

Ten overvloede overweegt het hof dat zijn oordeel niet anders zou luiden wanneer de Nederlandse vestiging van EasyJet zou moeten worden beschouwd als een aparte onderneming. Het feit dat alle vestigingen deel uitmaken van dezelfde Engelse vennootschap, staat er weliswaar niet aan in de weg dat zij als aparte ondernemingen zouden kunnen worden beschouwd, maar ook in dat geval geldt het onderkruipersverbod niet. In art. 1 lid 3 sub c van de Waadi, wordt namelijk “het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor het verrichten van arbeid in een onderneming, die door dezelfde ondernemer in stand wordt gehouden als die de arbeidskrachten ter beschikking stelt” van de werking van die wet uitgezonderd. Voor zover de vestigingen van EasyJet dus al verschillende ondernemingen zouden zijn, worden zij in ieder geval door ‘dezelfde ondernemer in stand gehouden’, volgens het hof.

De Hoge Raad

VNV stelde cassatieberoep in en voerde daarin ten eerste aan dat het onderkruipersverbod ook dient te gelden indien geen sprake is van terbeschikkingstelling in de zin van de Waadi. De ratio van het onderkruipersverbod – het beschermen van het stakingsrecht van werknemers – zou namelijk ook gelden in gevallen waarin van terbeschikkingstelling geen sprake is. De Hoge Raad verwerpt deze klacht onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis van de Waadi. Daaruit blijkt namelijk dat voor de vraag of het onderkruipersverbod van toepassing is, wel degelijk bepalend is of sprake is van terbeschikkingstelling.

Een tweede klacht richtte zich tegen het ten overvloede gegeven oordeel van het hof dat ook wanneer EasyJet Nederland als een aparte onderneming zou worden beschouwd, het onderkruipersverbod niet van toepassing zou zijn, vanwege de uitzondering van artikel 1 lid 3 sub c Waadi. Het hof heeft volgens de Hoge Raad aan die uitzondering niet een te ruime uitleg gegeven.

Tot slot heeft het hof ook geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat EasyJet niet in strijd heeft gehandeld met haar verplichting zich als goed werkgever te gedragen en dat haar handelen evenmin onrechtmatig is. Als uitgangspunt geldt dat een werkgever die eigen personeel inzet om werkzaamheden van stakend personeel over te nemen niet in strijd met goed werkgeverschap of onrechtmatig handelt, zo oordeelt de Hoge Raad.

Conclusie

De boodschap van dit arrest is daarmee tweeledig. Ten eerste bevestigt het – gezien de wettekst niet onverwacht – dat het onderkruipersverbod enkel geldt in het geval van terbeschikkingstelling in de zin van de Waadi en dat de uitzondering van art. 1 lid 3 sub c daarbij ten volle geldt. Ten tweede maakt het aan het slot van het arrest door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt duidelijk, dat de inzet van eigen personeel om het werk van stakend personeel over te nemen, in beginsel behoort tot de mogelijkheden die een werkgever heeft om de gevolgen van een staking op te vangen of te beperken.