Estate planning | Testamenten na 2003 maar vóór 2010

Estate planning en verouderde notariële akten: signaleringen en belangrijke aandachtspunten | Deel 4: Testamenten na 2003 maar vóór 2010 

Per 1 januari 2010 is de Successiewet 1956 gewijzigd. Op grond van de Successiewet 1956 (hierna verder genoemd: SW) worden twee belastingen geheven: schenk- en erfbelasting. Wij gaan voor nu uitsluitend in op de heffing van erfbelasting.

Het kan zijn dat in een (verouderd) testament een bepaling is opgenomen die per 1 januari 2010 anders zal uitpakken bij overlijden voor erfbelastingheffing dan oorspronkelijk de bedoeling was, vanwege die fictiebepalingen in de gewijzigde SW. Wij benoemen één bepaling.

Ik-opa-testament (of ik-oma-testament)

Het kan zijn dat een testateur in zijn testament niet alleen aan zijn kinderen vermogen wil nalaten, maar ook direct (een deel van zijn vermogen) aan zijn kleinkinderen, met als oogmerk erfbelastingbesparing door ‘generation skipping’. In (verouderde) testamenten kan de volgende bepaling (of een vergelijkbare bepaling) zijn opgenomen:

Erflater (A) benoemt in zijn testament zijn kind (B) tot erfgenaam, maar onder de last om aan diens kind (C), dus het kleinkind van A, een bedrag schuldig te erkennen. Kleinkind C krijgt dus een vordering op zijn ouder B, die pas opeisbaar is bij het overlijden van ouder B. Over het schuldig erkende bedrag is ouder B geen rente verschuldigd aan zijn kind C.

Bij overlijden van (groot)ouder A: zowel kind B als kleinkind C moeten erfbelasting betalen. C is erfbelasting verschuldigd over de contante waarde van de vordering. De omvang van de schuld aan kleinkind C wordt (vaak) zodanig vastgelegd in het testament dat de erfbelasting over de top van de verkrijging door kleinkind C niet meer bedraagt dan de erfbelasting over de top van de verkrijging door kind B.

Bij overlijden van kind B na 2010: door de gewijzigde SW wordt over de gehele (nominale) waarde van de vordering van kleinkind C erfbelasting geheven, omdat de vordering vanaf 2010 kwalificeert als een fictieve erfrechtelijke verkrijging voor C.

Aldus wordt over twee overlijdens bezien ook tweemaal erfbelasting geheven over de vordering van C. Om dit te voorkomen is aanpassing van het testament van (groot)ouder A noodzakelijk. Vervolgens kan in het gewijzigde testament een andere bepaling worden opgenomen om vermogen na te laten aan de kleinkinderen zonder de fiscale nadelige gevolgen (dubbele erfbelastingheffing). Wij kunnen u hieromtrent adviseren.

Meer over estate planning

Uiteraard kunnen wij in deze reeks niet alle mogelijke aandachtspunten in (verouderde) testamenten de revue laten passeren. Wilt u dat wij een blik werpen op uw testament? Neem gerust contact met ons op.

Meer over estate planning en wat wij daarin voor u kunnen betekenen leest u hier.

Meer artikelen over:Estate planning