Een dik betaalde vakantie

Meer artikelen over:Arbeidsrecht
Joost Luiten
Joost Luiten Advocaat

De Kantonrechter Leiden oordeelde onlangs, dat werknemers recht hebben op doorbetaling van een onregelmatigheidstoeslag tijdens vakantie. Dit oordeel sluit aan op een aantal eerdere Europese en Nederlandse uitspraken, waarin een ruime opvatting van vakantieloon wordt gehanteerd. Wat dient er nu allemaal in het vakantieloon verwerkt te worden en is er nog ruimte voor werkgevers om af te wijken?

De Europese rechter

De Kantonrechter Leiden citeert uitvoerig het arrest Williams/British Airways van het Hof van Justitie van de Europese Unie (2011). Daar bepaalde het Europese Hof dat een werknemer tijdens zijn vakantie niet alleen recht heeft op zijn basisloon, maar op alle onderdelen van het loon die intrinsiek samenhangen met de uitvoering van zijn taken. De werknemer moet in de situatie worden gebracht alsof hij had gewerkt. Hij mag geen financieel nadeel ondervinden van het opnemen van vakantiedagen. Het is aan de nationale rechter te bepalen of een intrinsiek verband bestaat tussen de werkzaamheden en loononderdelen op grond van een gemiddelde over een representatief geachte periode. Vergoedingen voor incidentele kosten behoren niet tot het vakantieloon.

Loononderdelen die samenhangen met de personeels- of beroepsstatus van een werknemer, bijvoorbeeld gebaseerd op anciënniteit, beroepskwalificaties of het hebben van een leidinggevende functie, dienen in ieder geval uitbetaald te worden tijdens vakantie.

In Lock/British Gas (2014) bepaalde het Europese Hof dat ook een variabele maandelijkse verkoopprovisie in het vakantieloon opgenomen moet worden. Lock kreeg weliswaar zijn over de vorige maand verdiende provisie gewoon uitgekeerd tijdens zijn vakantie, maar hij kon in de vakantieperiode zelf geen nieuwe provisie opbouwen, dus ondervond hij in de hierop volgende periode alsnog financieel nadeel. Dit zou hem er mogelijk van weerhouden vakantie op te nemen, aldus het Hof.

De Nederlandse rechter

De Nederlandse rechter heeft zich enkele keren uitgelaten over het loonbegrip tijdens vakantie, dat in de Nederlandse wet is vastgelegd in artikel 7:639 BW. Een tweetal uitspraken wordt hier uitgelicht.

De Kantonrechter Amsterdam oordeelde in 2012 dat een bonus bij het vakantieloon inbegrepen moest worden, ondanks het feit dat deze gedeeltelijk afhankelijk was van een teamprestatie. Daarnaast bepaalde de kantonrechter dat ook de werkgeversbijdrage pensioenpremie moest worden opgenomen in het vakantieloon bij uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen aan het einde van het dienstverband, aangezien deze ook betaald zou zijn wanneer de werknemer in dienst was gebleven en zijn vakantiedagen daadwerkelijk had genoten.

In 2013 oordeelde de Rechtbank Zeeland-West Brabant over een toelage voor nacht- of weekenddiensten voor politieagenten. Ook deze toelage moet worden doorbetaald tijdens vakantie. Daarbij was van belang dat de agenten op gezette tijden voor deze diensten werden ingeroosterd en zich hieraan niet konden onttrekken. Een overwerkvergoeding en verschuivingsvergoeding (voor het wijzigen van het rooster) werden in deze zaak echter niet in het vakantieloon begrepen, omdat zij slechts sporadisch waren uitgekeerd in de voorgaande jaren en daarom als incidentele kosten moesten worden gezien. Voor deze vergoedingen werd wel geacht een intrinsiek verband te bestaan met de werkzaamheden. Als zij regelmatig zouden zijn uitgekeerd, hadden zij dus wel in het vakantieloon moeten worden verwerkt.

Waar draaide het om in deze recente zaak?

Eiseressen in de uitspraak van de Kantonrechter Leiden waren in dienst bij een huisartsenpost als triagist. Het was hun taak op basis van een telefonisch consult patiënten van een zelfzorgadvies te voorzien, of hen door te verwijzen naar de huisartsenpost. De werkneemsters ontvingen een zogeheten ANW-toeslag (avond-, nacht- en weekenddiensttoeslag). De cao Huisartsenzorg bepaalde tot 2014 dat deze toeslag niet werd betaald over opgenomen vakantiedagen. Werkneemsters meenden dat deze cao-bepaling in strijd was met artikel 7:639 BW en de Europese jurisprudentie en daarom onverbindend. Zij eisten daarom met terugwerkende kracht betaling van de ANW-toeslag over in het verleden genoten vakantiedagen.

De kantonrechter verwijst uitgebreid naar Williams/British Airways en Lock/British Gas, en oordeelt dat de cao-bepaling nietig is en dat de ANW-toeslag over vakantietoeslagen betaald dient te worden. Hij overweegt: “Werkneemsters werken structureel in de avonduren en/of het weekend en hun gebruikelijke loon bevat dus ANW-toeslagen (…). De CAO-bepaling waarin stond dat tijdens vakantie geen recht bestond op ANW-toeslagen is derhalve nietig in de gevallen dat werknemers structureel deze toeslagen ontvangen.”

Dit oordeel komt niet als een verrassing, gezien eerdere Nederlandse en Europese uitspraken. Interessant was nog het argument van de werkgever dat deze uitspraken alleen betrekking zouden hebben op de 20 vakantiedagen die werknemers (bij een voltijd dienstverband) genieten krachtens de wet en niet op extra, bovenwettelijke vakantiedagen. Ook dit kon hem niet baten: de kantonrechter lijkt weliswaar de mogelijkheid afwijkende afspraken te maken voor bovenwettelijke vakantiedagen te erkennen, maar van dergelijke afspraken was in deze zaak geen sprake.

Conclusie

Vrijwel iedere looncomponent die niet strekt tot vergoeding van incidentele kosten, moet in het vakantieloon worden verwerkt. Op die manier wordt voorkomen dat werknemers afzien van het opnemen van hun vakantiedagen omdat dit financieel nadeel met zich zou brengen. Looncomponenten die, mits met enige regelmaat uitgekeerd, meegerekend moeten worden in het vakantieloon zijn onder andere ploegentoeslag, bonus, provisies, inconveniëntietoeslagen, overwerkvergoedingen en onregelmatigheidstoeslagen. Voor werkgevers geldt dat zij goed in de gaten moeten houden of hun werknemers geregeld zulke looncomponenten ontvangen, in welk geval deze in het vakantieloon moeten worden verwerkt. Waar dit niet gebeurt, zelfs op grond van een cao, zullen werknemers namelijk achteraf alsnog betaling kunnen claimen. Wellicht kan het voor werkgevers ook lonen afwijkende afspraken te maken over het vakantieloon voor bovenwettelijke vakantiedagen.