De keerzijde van “stevig optreden” door financiele toezichthouders

Banken liggen de laatste jaren onder het vergrootglas van de toezichthouders DNB en AFM. Megaboetes van honderden miljoenen euro’s werden aan alle grote banken opgelegd wegens – in de woorden van de kranten – witwasmalversaties. Of beter: het niet volledig voldoen aan de op grond van de Wwft verplichte witwascontrole. Het (voorzienbare) resultaat van die manier van opereren door de toezichthouders toen is het volledig doorschieten van de Wwft-afdelingen van de banken nu. Geen bank wil (zeker niet nogmaals) zo’n boete krijgen met alle reputatieschade die daarbij hoort.

Er zijn sindsdien honderden vacatures geplaatst en vervuld voor de anti-witwasafdelingen van de banken. Het effect van al die extra mensen is in de (advocaten)praktijk goed merkbaar: talloze bedrijven krijgen oneindig veel vragen over zich heen: over de eigen onderneming, maar ook over klanten en leveranciers. Bevallen de antwoorden niet, dan moet het bedrijf op zoek naar een andere bankier. Bij die beoordeling lijkt de bank geen enkel risico te willen lopen. Het lijkt vaker wel dan geen beleid om klanten in Wwft-categorieën met een hoger risico te weren of zelfs actief afscheid van hen te nemen. Hele groepen bedrijven dreigen daardoor buiten het maatschappelijk verkeer geplaatst te worden. Zij kunnen nergens meer een bankrekening openen. De bank lijkt daar maling aan te hebben: zolang het risico op nieuwe boetes van de toezichthouder maar zo klein mogelijk is. Het maakt de bank niet uit dat de toezichthouder nu is gaan roepen dat relaties met klanten met een hoger risico niet hoeven te worden opgezegd: ze kosten meer geld door meer controles en meer risico’s op fouten van de bank zelf. En dus is beëindigen van de relatie met dit soort klanten een business case op zich.

Een ander punt waarop de banken inmiddels totaal lijken te zijn doorgeslagen is het punt van contant geld. Bedrijven die relatief veel contant geld ontvangen inmiddels regelmatig vragen. Soms zelfs op het agressieve af. In de trant van: uit rapporten van DNB blijkt dat de retailsector gemiddeld 19% aan omzet in cash ontvangt, u ontvangt meer. Hoe kan dat? Terwijl de helft van alle bedrijven meer dan het gemiddelde aan cash ontvangt (anders was het immers geen gemiddelde). Om te vervolgen met vragen als: welk beleid er is om de omvang van die cash transacties te verminderen (alsof er een verplichting zou bestaan om die te verminderen) en welk onderzoek doet u eigenlijk naar cash transacties (alsof iedere cash transactie zou vergen dat er onderzoek gedaan wordt)? Bedrijven worden daardoor kopschuw gemaakt voor contante transacties en verleid een ontmoedigingsbeleid te voeren of contant geld zelfs te weigeren. Grote groepen kwetsbare mensen dreigen daardoor in de verdrukking te komen, onder wie senioren, mensen in de schuldhulpverlening en digibeten. Inmiddels is ook de toezichthouder wakker geworden: het aantal cash transacties is zo hard aan het dalen, dat DNB op 6 juli waarschuwde dat er maatregelen moeten worden genomen om zeker te stellen dat contant geld de komende vijf jaar bruikbaar en bereikbaar blijft. Lekker is dat: je veroorzaakt door zogenaamd stevig beleid voorzienbaar een probleem en waarschuwt vervolgens vrijblijvend als het uit de hand loopt.

Dit artikel heeft William geschreven voor Mr. Online.

Meer artikelen over:Financial Litigation