De Hoge Raad bevestigt: de ‘Corona-betekening’ is rechtsgeldig

Serena Zaccà
Serena Zaccà Advocaat

De Hoge Raad heeft besloten dat de manier waarop deurwaarders sinds de start van de coronacrisis exploten betekenen, rechtsgeldig is. Dit betekent dat een deurwaarder een afschrift van het exploot in een gesloten envelop mag achterlaten als het vanwege besmettingsgevaar met COVID-19 niet verantwoord is het exploot in persoon te overhandigen.

Een exploot moet in principe aan de geadresseerde in persoon worden overhandigd, of aan diens huisgenoot, of aan een andere persoon die zich op het woonadres van de geadresseerde bevindt. Sinds de uitbraak van het coronavirus in Nederland, is het echter gebruikelijk geworden bij deurwaarders om het exploot in een gesloten envelop achter te laten bij de geadresseerde, zonder dat er eerst is aangebeld. De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) adviseerde een dergelijke betekening, om fysiek contact zo veel mogelijk te vermijden. Maandenlang was het echter onzeker of deze vorm van betekening rechtsgeldig is. Men schat dat er sinds 16 maart 2020 ruim 150.000 betekeningen per maand hebben plaatsgevonden. Recent schepte de Hoge Raad zekerheid. Anders dan de advocaat-generaal, kwam hij tot de conclusie dat de zogenaamde ‘Corona-betekening’ rechtsgeldig is.

Wettelijk kader

Artikel 46 lid 1 Rv luidt, voor zover relevant, als volgt:

“1. De deurwaarder laat een afschrift van het exploot aan degene voor wie het is bestemd in persoon of aan de woonplaats aan een huisgenoot van deze of aan een andere persoon die zich daar bevindt en van wie aannemelijk is dat deze zal bevorderen dat het afschrift degene voor wie het exploot is bestemd, tijdig bereikt. (…)”

De deurwaarder moet het exploot dus in principe overhandigen aan de geadresseerde, of aan diens huisgenoot, of een ander persoon die aanwezig is op het woonadres van de geadresseerde. Artikel 47 lid 1 Rv biedt een uitkomst, als betekening zoals hiervoor beschreven niet mogelijk blijkt:

“1. Indien de deurwaarder aan geen van de in artikel 46, eerste lid, bedoelde personen afschrift kan laten, laat hij een afschrift aan de woonplaats achter in een gesloten envelop. Indien ook dat feitelijk onmogelijk is, bezorgt hij terstond een afschrift ter post. (…)”

Pas als de deurwaarder zonder succes heeft geprobeerd het exploot aan de geadresseerde of iemand anders die in het huis aanwezig is te overhandigen, mag de deurwaarder het exploot achterlaten in een gesloten envelop. Als ook dat feitelijk onmogelijk is, mag hij het exploot per post bezorgen.

Conclusie advocaat-generaal: er kan ‘Corona-proof’ worden betekend in persoon

Recent kwam de vraag aan de orde of een ‘Corona-betekening’ – waarbij de deurwaarder direct een gesloten envelop achterlaat, zonder eerst aan te bellen – rechtsgeldig is. De advocaat-generaal concludeerde dat er op basis van de wet vijf mogelijkheden zijn om een exploot te betekenen:

  • Overhandigen aan de geadresseerde;
  • Overhandigen aan een huisgenoot van de geadresseerde;
  • Overhandigen aan iemand anders die aanwezig is op het woonadres van de geadresseerde;
  • Achterlaten in een gesloten envelop;
  • Toezending per post.

Verschillende auteurs hebben betoogd dat deurwaarders daadwerkelijk deze volgorde dienen aan te houden, of in ieder geval dat de overhandiging in persoon de voorkeur geniet boven het achterlaten van een gesloten envelop. De ratio hierachter is dat gewaarborgd moet worden dat het exploot de geadresseerde daadwerkelijk bereikt. Anderzijds, moet een eiser wiens wederpartij (expres) onvindbaar is of weigert het exploot in ontvangst te nemen, toegang houden tot de rechter.

De advocaat-generaal overweegt dat er ook ‘Corona-proof’ betekend kan worden in persoon. De deurwaarder kan het exploot voor de deur op de grond leggen, aanbellen en achteruit stappen. Dit is ook hoe pakket- en maaltijdbezorgers te werk gaan. Daar staat tegenover dat de deurwaarder nooit weet wie hij achter de voordeur zal aantreffen. De ontvanger van een exploot is over het algemeen niet blij, waardoor hij zich onvoorspelbaar en agressief zou kunnen gedragen. Desondanks komt de advocaat-generaal tot de conclusie dat de Corona-betekening niet zomaar geaccepteerd kan worden. Er bestaat geen reëel risico op besmetting bij betekening in persoon, temeer omdat dit risico pas ontstaat als de geadresseerde daadwerkelijk begint te hoesten, niezen of spugen. Bovendien kan de deurwaarder het risico verkleinen door meerdere stappen achteruit te doen en een mondkapje te dragen.

Hoge Raad: betekening in persoon niet verantwoord

De Hoge Raad volgt de conclusie van de advocaat-generaal niet. Hij baseert zijn oordeel op het wetsvoorstel Verzamelspoedwet COVID-19. Daarin staat dat sprake is van een “feitelijke onmogelijkheid” zoals bedoeld in artikel 46 lid 1 Rv, zo lang het RIVM adviseert om afstand te houden. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt benadrukt dat de deurwaarder naar aard van zijn werk minder geliefd is dan een maaltijd- of pakketbezorger. Het risico dat de deurwaarder wordt bespuugd of fysiek wordt aangevallen is daarom groter. De Hoge Raad oordeelt dat er sprake is van een feitelijke onmogelijkheid “indien de deurwaarder in een concreet geval constateert dat betekening van het exploot op de voet van art. 46 lid 1 Rv niet verantwoord is, gelet op de richtlijn van het RIVM om afstand te houden wegens besmettingsgevaar met COVID-19.” De deurwaarder kan in dat geval volstaan met het achterlaten van het exploot in een gesloten envelop (mits vermeld op het exploot).