Concentratiecontrole onder druk na verbod Siemens/Alstom?

Meer artikelen over:EU & Mededinging

De Europese Commissie heeft op woensdag 6 februari 2019 besloten de voorgenomen overname  van het Franse Alstom door het Duitse Siemens te verbieden. De overname werd tegengehouden omdat de Commissie verwacht dat de mededinging zowel op de markt voor spoorwegseinen als op de markt voor hogesnelheidstreinen zou worden beperkt.

Mededingingsrechtelijke toets fusies & overnames

Fusies, overnames en het opzetten van sommige joint-ventures worden binnen het mededingingsrecht aangemerkt als “concentraties”. Een concentratie is, kort gezegd, een duurzame wijziging in de zeggenschap over een onderneming. Bedrijven die van plan zijn om een concentratie door te voeren, moeten dat voornemen melden bij een (of meer) mededingingsautoriteit(en) als zij bepaalde omzetdrempels halen. De mededingingsautoriteit beoordeelt vervolgens wat de verwachte gevolgen voor de mededinging zijn. In het overgrote deel van de aangemelde concentraties wordt goedkeuring verleend. Als de mededingingsautoriteit echter verwacht dat de concentratie leidt tot een significante belemmering van de mededinging op de betrokken markt(en) dan kan de concentratie worden tegengehouden.

Onbetwiste marktleider

Tot die conclusie kwam de Commissie in de Siemens/Alstom-transactie. De Europese Commissie verwacht dat de overname een onbetwiste marktleider tot stand zou hebben gebracht op de Europese markt voor spoorwegseinen en een dominante speler op de markt voor hogesnelheidstreinen (very high-speed trains). In deze markten blijven volgens de Commissie onvoldoende concurrenten over om effectieve mededinging te kunnen waarborgen.

Concurrentie uit China

Siemens en Alstom wezen op de dreigende concurrentie uit China om de Europese Commissie ervan te overtuigen de concentratie toe te staan. Zij voerden aan dat zij individueel niet konden opboksen tegen de Chinese concurrentie. Volgens de betrokken ondernemingen was de overname noodzakelijk om een European Champion te creëren die zou kunnen concurreren op de internationale markt met bijvoorbeeld het Chinese staatsbedrijf CRRC. Daar is de Commissie het niet mee eens. De Commissie concludeert in het besluit dat CRRC op dit moment niet actief is op de markt voor spoorwegseinen en ook geen poging doet om actief te worden op deze markt. Met betrekking tot de markt voor hogesnelheidstreinen acht de Commissie het hoogst onwaarschijnlijk dat een nieuwe concurrent in de vorm van CRRC binnen een afzienbare termijn voldoende concurrentiedruk zou uitoefenen op Siemens/Alstom.

Aangeboden remedies

Om te proberen de bezwaren van de Commissie weg te nemen hadden Siemens en Alstom remedies aangeboden. Als de Commissie aangeeft bezwaren te hebben tegen een concentratie dan kunnen ondernemingen proberen daar een mouw aan te passen door middel van remedies zoals het afstoten van bepaalde delen van de bedrijven. Stel dat een concentratie tot gevolg heeft dat er na de transactie een dominante speler ontstaat op een van de markten waarop de partijen actief zijn, dan kan de concurrentie (deels) worden hersteld door op die markt een deel van de bedrijven af te stoten. Als daardoor een nieuwe concurrent actief kan worden, dan worden de mededingingsbezwaren wellicht weggenomen.

Siemens en Alstom hadden in deze situatie ook maatregelen aangeboden om de zorgen van de Commissie weg te nemen – bijvoorbeeld een mix van activa op de markt voor spoorwegseinen en het aanbieden van een licentie voor de bouw van een hogesnelheidstrein. De Commissie concludeert echter dat de aangeboden remedies er niet voor zouden zorgen dat daadwerkelijke concurrenten voor Siemens/Alstom ontstaan.

Politieke druk

Op basis van de informatie die de Commissie heeft bekendgemaakt is het lastig om te beoordelen of de overname van Alstom terecht is tegengehouden. Wat we wel kunnen concluderen is dat de Europese Commissie niet gevoelig is voor politieke druk. Duitsland en Frankrijk hadden tijdens de beoordeling van de transactie gepleit vóór de overname zodat een European champion zou ontstaan. Met het besluit van 6 februari laat de Commissie in ieder geval zien dat zij niet meewaait met politieke winden maar zelfstandig de analyse maakt of een transactie leidt tot een belemmering van de mededinging.

Het besluit over Siemens/Alstom heeft ook de discussie over aanpassing van de mededingingsregels voor concentraties aangewakkerd. Direct na het besluit riepen Franse en Duitse politici om aanpassing van de mededingingsregels zodat Europese bedrijven kunnen blijven concurreren op de internationale markt. Die wens lijkt vooral voort te komen uit politieke belangen. Het is niet voor niets dat de oproep komt vanuit de lidstaten waar Siemens (Duitsland) en Alstom (Frankrijk) gevestigd zijn. Mededingingsautoriteiten uit Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk en Spanje uitten juist zorgen over de gevolgen voor de mededinging van de deal. Kennelijk deelt de Commissie die zorgen.

Mededingingsrechtelijke fusietoets ter discussie

Overigens is discussie over concentratiecontrole niet beperkt tot besluiten van de Europese Commissie. In het Verenigd Koninkrijk loopt momenteel een discussie over de voorgenomen combinatie van supermarkten Sainsbury’s en Asda. De Competition and Markets Authority (“CMA”) heeft aan de partijen haar voorlopige bevindingen laten weten. De CMA vreest voor hogere prijzen, minder keuze en verminderde kwaliteit. De CMA stuurt dus aan op een verbod tenzij de partijen de zorgen kunnen wegnemen (door middel van remedies). De gemoederen lopen inmiddels hoog op, de CEO van Sainsbury’s noemde de bevindingen van de CMA “totally outrageous”.

De mededingingsrechtelijke fusietoets staat zowel op Europees niveau als op nationaal niveau ter discussie. Vooralsnog lijken de autoriteiten niet mee te waaien met politieke winden. Of dat gaat leiden tot aanpassing van de regels valt te bezien.