Cartier ketting voor €402? Duur foutje van de Bijenkorf

Meer artikelen over:Corporate litigation
Irma Kerkhoven
Irma Kerkhoven Advocaat

In de recente zaak waarin de Bijenkorf per ongeluk een ketting voor 1% van de werkelijke waarde te koop aanbood, kwam de klassieke vraag aan de orde of sprake was van wilsovereenstemming tussen de Bijenkorf en koopster. Het oordeel van de rechter dat dit niet het geval is, zal gelet op de relevante omstandigheden, niemand echt verbazen. Ook de einduitkomst (een verplichting tot teruggave en anders het “restbedrag” betalen) is gelet op de opstelling van koopster te billijken. Of dat strikt juridisch hier de juiste route was, heb ik mijn vraagtekens bij.

Cartier ketting voor een prikje?

De Bijenkorf had per ongeluk een witgouden Cartier ketting ter waarde van €40.200 op haar webshop voor €402 aangeboden. Koopster had deze ketting online betaald en vervolgens in de winkel opgehaald. Binnen twee dagen informeerde de Bijenkorf de koopster per e-mail dat er een fout was gemaakt. De Bijenkorf verzocht koopster de ketting ofwel te retourneren ofwel het resterende bedrag van €39.798 te betalen. Koopster deed dat niet als gevolg waarvan de Bijenkorf dat eiste voor de rechter. Het antwoord van de koopster luidde: “ik kan de ketting niet teruggeven, ik heb de ketting cadeau gegeven aan mijn nicht in Marokko”.

Oordeel van de rechter: geen wilsovereenstemming

Op het eerste gezicht lijkt deze casus het antwoord te geven op de klassieke vraag: is er wilsovereenstemming tussen partijen? De Bijenkorf betoogt dat zij niet de wil had een ketting ter waarde van €40.200 voor €402 aan te bieden. De koopster beroept zich, op haar beurt, op de bescherming van gerechtvaardigd vertrouwen. Zij mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat €402 een redelijke prijs is voor een witgouden ketting met een panterhanger.

De rechter oordeelt dat de Bijenkorf niet de wil had de ketting voor 1% van de werkelijke waarde te koop aan te bieden. Het beroep van verkoopster op gerechtvaardigd vertrouwen gaat niet op. De ketting  is namelijk niet alleen exclusief vanwege de panterhanger, maar is bovendien uitgevoerd in witgoud en ingelegd met 176 briljant geslepen diamanten, smaragd en onyx. Anno 2019 mag van een koopster met zo’n budget worden verwacht dat zij online vergelijkend warenonderzoek doet. Daarbij had zij op z’n minst naar de verschillen tussen witgoud en geelgoud en naar de waarde van de diamanten moeten kijken. Bij het zien van de (specificatie) van de advertentie had koopster al kunnen weten dat de prijs onredelijk is. Overigens had de koopster dat naar mijn mening al kunnen concluderen door het enkele feit dat het een ketting van Cartier betrof, maar wellicht ben ik als sieradenliefhebster iets te streng.

Kan de Bijenkorf de koopster wel aanspreken tot teruggave en schadevergoeding?

Dat in deze zaak naar het oordeel van de rechter geen sprake is van wilsovereenstemming zal niemand verbazen. Net zoals dat de Bijenkorf als eigenaar zijnde de ketting of het resterende bedrag terug wil. De vraag is alleen of de Bijenkorf dat wel van de koopster kon verlangen. Is daar wel een juridische grondslag voor? De voor de hand liggende grondslag om eigendom terug te vorderen is artikel 5:2 BW (revindicatie). Punt daarvan is dat de Bijenkorf die vordering moet instellen tegen degene die de ketting houdt. En volgens koopster was zij dat helemaal niet: zij had hem al cadeau gedaan aan haar nicht. Strikt genomen biedt artikel 5:2 BW dan geen grondslag: dat zou de Bijenkorf enkel kunnen inroepen tegen de nicht van koopster (aannemende dat zij de ketting nog wel heeft).

Desondanks wijst de rechter de vordering tot teruggave toe zonder daarbij expliciet te maken op welke grondslag. Het is dus gissen wat de precieze grondslag is, maar belangrijker nog: hier zal een rol hebben gespeeld dat de koopster niet geloofwaardig was met haar stelling dat zij hem al aan haar nicht had gegeven. Ter zitting zei zij immers weer wat anders. En daarbij: in dit geval heeft de Bijenkorf al binnen twee dagen na de verkoop van de ketting bij koopster aangegeven een fout te hebben gemaakt. Dat koopster de ketting meteen binnen die twee dagen al cadeau zou hebben gegeven aan haar nicht, die bovendien in Marokko woont, is niet heel geloofwaardig. Vervolgens wordt koopster ook nog eens veroordeeld om, wanneer zij de ketting niet terug geeft, het verschil tussen het bedrag van € 40.200 en € 402 als schadevergoeding aan de Bijenkorf te betalen. Die lijkt direct gebaseerd op de verplichting tot teruggave (die dus al discutabel is) en koopster lijkt helaas niet optimaal verweer gevoerd te hebben: zij heeft zich bijvoorbeeld niet verweerd tegen de hoogte van het bedrag als schadevergoeding.

Interessanter wordt het in de (hypothetische) situatie dat de Bijenkorf koopster pas een week later had geïnformeerd terwijl geen echte discussie was over de vraag of koopster die ketting toen al had weg gegeven. In dat geval had Bijenkorf lastig kunnen volhouden dat koopster de ketting zou moeten teruggeven op grond van artikel 5:2 BW. De Bijenkorf had zich voor teruggave dan tot de nicht moeten wenden. Omdat die hem als cadeau gekregen had (en niet gekocht), zou zij de ketting moeten terug geven aan de Bijenkorf op grond van artikel 5:2 BW.

Het verhaal was weer anders geweest als de koopster de ketting niet aan haar nicht had cadeau gegeven, maar had verkocht. Afhankelijk van de omstandigheden, bijvoorbeeld in hoeverre koopster de ketting voor een redelijk bedrag aan haar nicht verkoopt, zou koopster aanspraak kunnen maken op derdenbescherming (art. 3:86 BW). De nicht zou dus eigenaar zijn geworden van de ketting en deze mogen houden. Tegenover koopster zou de Bijenkorf dan in ieder geval een vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking hebben (art. 6:212 BW). De Bijenkorf zou dan het verschil tussen het bedrag dat zij van koopster heeft gekregen en het bedrag waarvoor koopster de ketting aan haar nicht heeft doorverkocht van koopster kunnen vorderen. Voor een hogere betalingsverplichting van koopster aan de Bijenkorf zouden bijkomende omstandigheden nodig zijn die haar handelen bijvoorbeeld onrechtmatig jegens de Bijenkorf maakten.

Eigendom evident, let wel op degene die je aanspreekt

Dat de Bijenkorf niet de wil heeft een ketting voor 1% van de werkelijke waarde te verkopen is evident. Dat een rechter er anno nu waarde aan hecht dat een koopster online warenonderzoek doet en daar dus niet op mag vertrouwen, ook. Minder evident is de verplichting tot teruggave van de ketting. Het is zeer de vraag of hier tot dezelfde uitkomst was gekomen als de koopster een geloofwaardig verhaal omtrent het cadeau doen of verkopen aan haar nicht had opgehangen. Het feit dat zij geen verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van de schadevergoeding, heeft ook niet geholpen voor de uitkomst. Kortom: een interessante kwestie waar meer ruimte voor juridische discussie in zit dan nu uit de uitspraak blijkt.