Boogaard/Vesta: over samenloop en onrechtmatige concurrentie | Ken uw klassiekers

In deze rubriek bespreken de (cassatie)advocaten van BarentsKrans oude arresten die nog steeds relevant zijn. Het arrest Boogaard/Vesta (ECLI:NL:HR:1955:47) is tot op de dag van vandaag een relevant arrest over samenloop tussen wanprestatie en onrechtmatige daad. Bovendien geldt het nog steeds als standaardarrest ten aanzien van onrechtmatige (werknemers)concurrentie.

De casus

Vesta was een levensverzekeraar. Boogaard was daar werkzaam als agent. Boogaard benadert na zijn vrijwillige vertrek bij Vesta een aantal verzekerden van Vesta. Hij probeert deze verzekerden bij andere maatschappijen onder te brengen. Vesta begint een kort geding tegen Boogaard. Zij vordert beëindiging door Boogaard van deze concurrerende activiteiten. In eerste aanleg wordt die vordering toegewezen. Het hof handhaaft het verbod. Waar de rechtbank de grondslag daarvan in het midden liet, grondt het hof zijn verbod op een onrechtmatige daad van Boogaard. Het hof merkt daarover op dat de primaire vordering van Vesta gegrond op wanprestatie niet opgaat, omdat geen schriftelijk non-concurrentiebeding of relatiebeding was overeengekomen. Wel acht het hof de contractuele verhouding van belang voor de invulling van de zorgvuldigheidsnorm van Boogaard in het kader van onrechtmatige daad. Het overweegt dat Boogaard bij Vesta tot taak had nieuwe verzekeringen af te sluiten met een duurzaam karakter. Boogaard heeft de kennis en gegevens die hij in het kader van zijn werkzaamheden voor Vesta heeft verkregen, na zijn vertrek evenwel gebruikt om verzekerden ertoe over te halen de lopende verzekering op te zeggen en zich elders te verzekeren.

Oordeel Hoge Raad

Boogaard klaagt in cassatie dat het hof in het kader van onrechtmatige daad had moeten onderzoeken of sprake was van schending van de zorgvuldigheidsnorm onafhankelijk van de vroegere contractuele verhouding met Vesta. De Hoge Raad verwerpt die klacht. Hij overweegt dat het hof de handelwijze van Boogaard niet heeft getoetst aan een contractuele verplichting, maar juist aan een buitencontractuele verplichting: de zorgvuldigheidsnorm in het kader van onrechtmatige daad. Dat het hof daarbij in ogenschouw heeft genomen dat bedoelde contractuele verhouding heeft bestaan en dat de inhoud van de contractuele verhouding meeweegt bij de invulling van de betamelijkheidsverplichting van Boogaard, doet daar volgens de Hoge Raad niet aan af.

Samenloop wanprestatie en onrechtmatige daad: enkele praktijktips

Dit arrest past in het vaste uitgangspunt van de Hoge Raad over samenloop tussen wanprestatie en onrechtmatige daad: enerzijds levert het bestaan van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst op zichzelf geen onrechtmatige daad op. De afwezigheid van een tekortkoming sluit anderzijds niet uit dat sprake is van een onrechtmatige daad. Er kan ook sprake zijn van allebei: de eiser mag dan kiezen op welke grondslag hij zijn vordering wil baseren. Op beide mag trouwens ook.

In de praktijk kan het een voordeel zijn om in laatstgenoemde situatie voor wanprestatie (artikel 6:74 BW) te kiezen. De eiser hoeft in dat verband niet te bewijzen dat de tekortkoming aan de schuldenaar moet worden toegerekend. Bij onrechtmatige daad moet dat wel. Als nakoming echter niet blijvend onmogelijk is, zal de schuldenaar eerst in verzuim moeten verkeren voordat de wanprestatievordering in stelling kan worden gebracht. Als de schuldeiser in die situatie geen nakoming wenst maar alleen schadevergoeding, kan dat allicht een reden vormen om voor onrechtmatige daad te kiezen. Overigens is het in geval van twijfel over de vraag of sprake is van een tekortkoming, verstandig om als subsidiaire grondslag de vereisten voor onrechtmatige daad uit te werken. Het arrest Boogaard/Vesta leert ons dat de contractuele verhouding tussen partijen in dat geval de buitencontractuele zorgvuldigheidsverplichting kan inkleuren. Er hoeft daarvoor immers geen sprake te zijn van een tekortkoming. Het is dan ook altijd raadzaam om bij een betoog op grond van onrechtmatige daad aandacht te besteden aan de contractuele context van het geschil, als die er is.

Onrechtmatige concurrentie

Het Boogaard/Vesta-arrest geldt daarnaast nog steeds als maatgevend voor gevallen van onrechtmatige (werknemers)concurrentie in gevallen waarin geen uitdrukkelijk relatie- en/of non-concurrentiebeding overeen is gekomen. Het moet dan, zoals in Boogaard/Vesta, gaan om gevallen waarin de voormalig werknemer zich schuldig maakt aan het stelselmatig en substantieel afbreken van het duurzame bedrijfsdebiet van de gewezen werkgever met gebruikmaking van kennis en gegevens die bij de voormalige werkgever vertrouwelijk zijn verkregen.

Meer artikelen over:CassatieKen uw klassiekers