Bestuurders­aansprakelijkheid ingeval van trustmaatschappij-bestuurder

Meer artikelen over:CassatieCorporate / M&A
Paul Tanja
Paul Tanja Advocaat

In Nederland kan een bestuurder van een vennootschap alleen privé aansprakelijk worden gesteld als hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ook in het geval van een trustmaatschappij-bestuurder. Dat blijkt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 30 maart 2018.

Als een vennootschap een onrechtmatige daad pleegt (artikel 6:162 BW) is in beginsel alleen de vennootschap aansprakelijk voor de schade. Voor aansprakelijkheid van bestuurders in privé geldt een hoge drempel: hun moet ‘persoonlijk een ernstig verwijt’ kunnen worden gemaakt. Hiermee wordt gewaarborgd dat bestuurders risico’s durven te nemen bij het ondernemen. Feit is echter dat sommige bestuurders meer risico durven te nemen dan hun collega-bestuurders. Tegelijkertijd hanteert het ondernemingsrecht het uitgangspunt dat bestuurders collegiaal verantwoordelijk zijn voor het reilen en zeilen van ‘hun’ vennootschap (artikel 2:9 BW). De vraag die de Hoge Raad kreeg voorgelegd, was of die collegiale verantwoordelijkheid mede bepalend is voor de maatstaf van bestuurdersaansprakelijkheid in privé (ECLI:NL:HR:2018:470).

Privé aansprakelijk door onzorgvuldigheid

In deze zaak gaat het om de aanbieding en verkoop van aandelen van een vastgoedproject in het Caraïbisch gebied. TMF Management is (mede)bestuurder van vier van de vennootschappen die voor het project zijn opgericht. TMF Management is een op de British Virgin Islands gevestigde trustmaatschappij. Wat gaat er mis? De aandelen in de vennootschappen zijn zonder vergunning en zonder prospectus aangeboden. Dit is in strijd met de wettelijke voorschriften. Deze voorschriften dienen ter bescherming van beleggers. Eisers stellen onder meer dat TMF Management als medebestuurder:

  1. heeft nagelaten om zich te bemoeien met de aanbieding en verkoop van aandelen in Nederland en;
  2. er dus niet op heeft toegezien of daarbij de Nederlandse regelgeving in acht was genomen.

Volgens de eisers is dit handelen zo onzorgvuldig dat TMF Management persoonlijk aansprakelijk kan worden gehouden.

Persoonlijk ernstig verwijt nodig

De Hoge Raad stelt voorop dat er alleen onder bijzondere omstandigheden ruimte is voor aansprakelijkheid van een bestuurder in privé. Bijzondere omstandigheden wil zeggen dat een bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt moet kunnen worden gemaakt. Dit betekent dat voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder in privé hogere eisen gelden dan in het algemeen het geval is bij een onrechtmatige daad. Zoals ik al opmerkte, is de reden hiervoor volgens de Hoge Raad dat de ‘ondernemersgeest’ van de bestuurder niet teveel moet worden geremd. Dat zou wel het geval zijn als de bestuurder voortdurend aansprakelijkheid boven het hoofd hangt.

Volgens de Hoge Raad volgt uit het “persoonlijke karakter” van de maatstaf die geldt voor aansprakelijkheid in privé van de bestuurder (persoonlijk ernstig verwijt) dat voor iedere bestuurder afzonderlijk moet worden vastgesteld dat hij in zijn hoedanigheid onrechtmatig heeft gehandeld. De Hoge Raad benadrukt dat dit onverminderd geldt als de bestuurder een trustmaatschappij is in plaats van een persoon van vlees en bloed, zoals in deze zaak. Hiermee verwerpt de Hoge Raad dus het standpunt van eisers, dat de collegiale verantwoordelijkheid van bestuurders mede bepalend is voor de beantwoording van de vraag of de bestuurders in privé aansprakelijk moeten worden gehouden. Kortom: goed nieuws  voor de (trustmaatschappij-)bestuurder. De drempel voor aansprakelijkheid in privé blijft hoog.

Uitzondering bij artikel 2:11 BW

Opmerking verdient dat als artikel 2:11 BW van toepassing is, er een uitzondering geldt op het uitgangspunt dat voor iedere bestuurder afzonderlijk moet worden vastgesteld of hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Artikel 2:11 BW luidt dat “de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon tevens hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is”. Hierover deed de Hoge Raad op 17 februari jl. uitspraak, waarover eerder een artikel is geschreven. Dit kunt u hier lezen.