Je kunt dezelfde dingen anders zien… Zeker de zorgplicht

William Schonewille
William Schonewille Advocaat / partner

Les 1 van de rechtenstudie luidt: “Je kunt dezelfde dingen anders zien”. Die geldt ook voor de rechtspraak. Op 14 augustus jl. was het weer zover. Een beleggingskwestie over zorgplicht. Een veroordeling van de Rechtbank, een afwijzing van het Hof. Een A-G die concludeert tot verwerping van de cassatieklachten, terwijl de Hoge Raad casseert. Waar draait het om?

Een belegger wil schadevergoeding omdat de bank in september 2008 ten onrechte geen uitvoering had gegeven aan een opdracht om aandelen ING te verkopen zodra de koers het niveau van € 19,50 zou bereiken (een zogenoemde stop loss order).Anders dan het Hof Amsterdam oordeelt de Hoge Raad dat de omstandigheid dat de belegger een adviesrelatie met de bank had niet meebrengt dat hij zelf verantwoordelijk is voor het na de fout, tussen september 2008 en mei 2009, opgelopen verlies van ca. € 700.000,–.

Bovendien mocht de bank de bank er ook niet zonder meer op vertrouwen dat belegger had ingestemd met het niet uitvoeren van de stop loss order. Zelfs niet op basis van telefoongesprekken tussen belegger en diens beleggingsadviseur in de dagen na het niet uitvoeren van de stop loss order, waarin Belegger niet alsnog opdracht tot verkoop heeft gegeven.

Doorslaggevend volgens het arrest: de aard van de relatie, de daaruit voortvloeiende bijzondere zorgplicht van de bank, en de omstandigheden dat de bank zelf de ontstane situatie had veroorzaakt, dat de belegger zich mede naar aanleiding van geruststellende mededelingen van de beleggingsadviseur, alsnog bereid verklaarde het koersrisico te gaan lopen dat hij – zoals de bank wist – tot dan toe juist niet wenste te aanvaarden, dat de bank wist dat de belegger geen ervaring had met de werking van een stop loss order, en dat de bank uit uitlatingen van de belegger wist of behoorde te begrijpen dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de bank, na de door haar gemaakte fout, verder het risico voor de koers van de aandelen liep.

De bank had zich volgens de Hoge Raad de belangen van de belegger in beginsel moeten blijven aantrekken. Na diens instemming met het gegeven dat de order niet was uitgevoerd, had de bank hem uitdrukkelijk de risico’s moest voorhouden die waren verbonden aan het aanhouden van de aandelen en bij hem moeten informeren of hij een nieuwe opdracht wilde geven.