Hoge Raad kleurt bekendheidsvereiste bij vijfjarige verjaringstermijn nader in

Hugo Boom
Hugo Boom Advocaat

Het door de Hoge Raad op 31 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:552) gewezen arrest tussen horecagelegenheid De Mispelhoef en de Staat (Rijkswaterstaat) is om twee redenen interessant. Ten eerste geeft de Hoge Raad in dit arrest een bondig overzicht van zijn vaste rechtspraak met betrekking tot de vereisten voor de aanvang van de vijfjarige verjaringstermijn voor aansprakelijkheid op voet van artikel 3:310 BW. Ten tweede gaat de Hoge Raad nader in op de vraag wat het vereiste van bekendheid met de aansprakelijke persoon inhoudt.

Rijkswaterstaat aansprakelijk voor wateroverlast Mispelhoef?

Horecagelegenheid De Mispelhoef is voor de afwatering van haar perceel grond afhankelijk van een aantal omliggende sloten. Van 1996 tot 1998 heeft Rijkswaterstaat de snelweg A2 ter hoogte van het terrein van De Mispelhoef verbreed, en daarbij heeft Rijkswaterstaat een duikerconstructie aangelegd op de plaats waar eerst een sloot liep. Voor wijziging van de waterloop verleende het lokale Waterschap weliswaar een ontheffing aan Rijkswaterstaat, maar er was geen vergunning voor het aanleggen van de duikerconstructie. Daarnaast heeft de Gemeente Eindhoven in 1999 in de buurt van De Mispelhoef een naburige dijk verhoogd, met alle gevolgen van dien.

Vanaf 1998 heeft De Mispelhoef namelijk steeds vaker te kampen met wateroverlast. In 1999 is die zelfs zo erg dat het gehele terrein onder water staat en de kelders van De Mispelhoef zijn volgelopen. In eerste instantie stelt de rechtsbijstandverlener van De Mispelhoef de Gemeente en het Waterschap in 2003 aansprakelijk voor de schade. In de aansprakelijkheidsbrief aan het Waterschap heeft De Mispelhoef ook de werkzaamheden van Rijkswaterstaat genoemd. Zowel Gemeente als Waterschap wijzen hun aansprakelijkheid af, waarop De Mispelhoef een adviesbureau in de arm neemt om onderzoek te doen naar de oorzaak van de wateroverlast. Uit het onderzoeksrapport komt naar voren dat de vervanging van een sloot door een duiker door Rijkswaterstaat de directe afwaterende capaciteit van het perceel zodanig verminderde, dat er een ernstige verstoring in de waterafvoer van het terrein ontstond.

Vijfjarige verjaringstermijn, artikel 3:310 BW

Vervolgens heeft de rechtsbijstandverlener van De Mispelhoef Rijkswaterstaat bij brief van 15 juli 2008 aansprakelijk gesteld. Rijkswaterstaat erkende in eerste instantie aansprakelijkheid voor de in het onderzoeksrapport bedoelde schade, maar heeft zich uiteindelijk toch op het standpunt gesteld dat de vordering van De Mispelhoef is verjaard.

Rechtbank en hof honoreren het beroep van de Staat op de vijfjaarstermijn en wijzen de vordering van De Mispelhoef af. Het hof is van oordeel dat uit de brief van de rechtsbijstandverlener van 12 februari 2003 blijkt dat De Mispelhoef bekend was met de mogelijkheid dat Rijkswaterstaat voor de schade aansprakelijk zou kunnen zijn en dat De Mispelhoef haar rechten via een aansprakelijkstelling veilig had kunnen stellen. Daarom begon de vijfjaarstermijn volgens het hof op 13 februari 2003 te lopen.

Handzaam overzicht van vaste jurisprudentie

De Hoge Raad vernietigt dit oordeel. Hij geeft daartoe eerst een handzaam overzicht van de gezichtspunten (uit zijn vaste rechtspraak) die van belang zijn met betrekking tot de vijfjaarstermijn van artikel 3:310 BW. Deze termijn begint pas te lopen wanneer de benadeelde daadwerkelijk bekend is geworden met de schade en de aansprakelijke persoon, in die zin dat de benadeelde daadwerkelijk in staat moet zijn om een rechtsvordering in te stellen (HR 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0694). Daarvan is sprake wanneer de benadeelde voldoende zekerheid heeft van het feit dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. De benadeelde hoeft daarvoor niet bekend te zijn met de juridische beoordeling van die feiten en omstandigheden (HR 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1739). Evenmin is vereist dat de benadeelde steeds ook met de (exacte) oorzaak van de schade bekend is (HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8903).

Enkele mogelijkheid van aansprakelijkheid onvoldoende voor start verjaringstermijn

Na de weergave van dit overzicht overweegt de Hoge Raad dat de enkele mogelijkheid, dat Rijkswaterstaat aansprakelijk is voor de schade, niet voldoende is om aan te nemen dat bij De Mispelhoef voldoende zekerheid bestond dat de schade was veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van Rijkswaterstaat. Daaraan voegt de Hoge Raad toe dat het feit dat De Mispelhoef een rechtsbijstandverlener had, niet aan dat oordeel afdoet. Het hof heeft daarmee volgens de Hoge Raad de relevantie van het betoog van De Mispelhoef, dat zij er in 2003 van uitging dat het Waterschap verantwoordelijk was voor de waterhuishouding en dat pas na onderzoek bleek dat Rijkswaterstaat verantwoordelijk was voor de schade, miskend.

Belang van bekendheid met aansprakelijke persoon

De Hoge Raad bevestigt in dit arrest het belang van de daadwerkelijke bekendheid met de aansprakelijke persoon voor het aanvangen van de vijfjarige verjaringstermijn. De enkele mogelijkheid dat een bepaalde persoon aansprakelijk zou kunnen zijn is daarvoor onvoldoende. Het feit dat de benadeelde professionele rechtsbijstand geniet, doet daar in zo’n geval niet aan af.