Asset freeze in VN-sancties Libië raakt mogelijk ook stemrecht op aandelen

Meer artikelen over:Cassatie
Hugo Kolstee
Hugo Kolstee Advocaat

Op 18 januari 2019 deed de Hoge Raad uitspraak in een kort geding tussen de Amsterdamse vermogensbeheerder Palladyne International Asset Management B.V. (Palladyne) en het op de Kaaimaneilanden gevestigde beleggingsfonds Upper Brook (I) Limited (Upper Brook). Het vermogen van Upper Brook, dat afkomstig is uit Libië, is op grond van VN-sancties bevroren. Volgens de Hoge Raad verhindert deze asset freeze mogelijk ook dat de Libische aandeelhouder van Upper Brook het stemrecht op haar aandelen uitoefent.

Wat speelde er?

De Libyan Investment Authority (LIA) is een entiteit van de staat Libië. LIA heeft in 2006 USD 300 miljoen ondergebracht in Upper Brook. Palladyne was in ieder geval tot 2014 bestuurder van Upper Brook en stelt zich op het standpunt dat zij dit nog steeds is. In 2011 hebben de Verenigde Naties sancties ingesteld tegen een aantal Libische (rechts)personen en organisaties, waaronder LIA. Deze sancties behelzen onder meer een asset freeze (een bevriezing van tegoeden). Op grond van deze asset freeze is het door Upper Brook beheerde vermogen, dat indirect toebehoort aan LIA, onbetwist bevroren. In 2014 heeft LIA getracht Palladyne als bestuurder van Upper Brook te vervangen door twee van haar (LIA’s) werknemers. Het desbetreffende aandeelhoudersbesluit houdt in dat het nieuwe bestuur tot taak heeft de portefeuille van Upper Brook te liquideren.

Procedure Upper Brook tegen Palladyne

Upper Brook, vertegenwoordigd door haar vermeende nieuwe bestuur, is vervolgens in Nederland een procedure begonnen tegen Palladyne om inzage te krijgen in de wijze waarop het beheer over Upper Brook is gevoerd. Daarnaast vorderde Upper Brook een verbod aan Palladyne om de overeengekomen beheersvergoeding te incasseren. Tegelijkertijd vordert LIA in een bodemprocedure op de Kaaimaneilanden een verklaring voor recht dat zij Palladyne rechtsgeldig als bestuurder heeft ontslagen. Het hof Amsterdam wees de kortgedingvorderingen van Upper Brook toe. Het was van oordeel dat de asset freeze niet verhindert dat LIA, als aandeelhouder, een nieuw bestuur aanstelt. Volgens het hof kon er daarom voorshands vanuit worden gegaan dat Palladyne niet langer bestuurder is van Upper Brook.

Uitspraak Hoge Raad: ruime uitleg asset freeze

De Hoge Raad ziet het anders. Hij meent dat de asset freeze van de VN, die ziet op “all funds, other financial assets and economic resources”, óók de aandelen van LIA in Upper Brook omvat. Volgens de Hoge Raad zijn er bovendien goede redenen om aan te nemen dat de asset freeze óók het stemrecht op die aandelen raakt. Hij overweegt dat een ruime uitleg van de asset freeze in de rede ligt nu de VN-sancties een limitatieve opsomming geven van gevallen waarop de asset freeze níet ziet. Dit zijn bijvoorbeeld de betaling van verzekeringspremies en belastingen. Om de frozen assets voor deze limitatief bedoelde gevallen te mogen aanwenden moet bovendien een bijzondere procedure worden gevolgd. Hier komt bij dat de asset freeze ertoe strekt te voorkomen dat de bevroren tegoeden op enigerlei wijze gebruikt worden (waaronder is begrepen in het kader van vermogensbeheer) totdat zij uiteindelijk ten goede kunnen komen aan het Libische volk. Hiermee is niet goed verenigbaar dat het bestuur wordt vervangen met het oogmerk de bevroren tegoeden te liquideren.

LIA geen recht op inzage beheersdocumentatie

De Hoge Raad komt dan ook tot de slotsom dat de asset freeze mogelijk óók het stemrecht op de aandelen in Upper Brook raakt. In het verlengde daarvan meent hij, anders dan het hof, dat het nog maar zeer de vraag is of LIA Palladyne met gebruikmaking van dit stemrecht heeft kunnen ontslaan en dus ook of LIA (via haar werknemers) inmiddels de scepter zwaait over Upper Brook. Deze stand van zaken brengt volgens de Hoge Raad mee dat enerzijds Palladyne vooralsnog geen aanspraak kan maken op de beheersvergoeding, maar anderzijds ook dat het vermeende nieuwe bestuur van Upper Brook (LIA) geen recht heeft op inzage in de beheersdocumentatie. Op dit laatste punt vernietigt de Hoge Raad daarom het arrest van het hof. Of LIA inderdaad vergeefs heeft geprobeerd Palladyne te ontslaan zal  ten gronde op de Kaaimaneilanden worden beslist. De Hoge Raad heeft de rechter daar echter wel vast de argumenten gegeven om deze vraag bevestigend te beantwoorden; zeker gelet op de bedoeling van de beoogde bestuurswissel (liquidatie van Upper Brooks bevroren vermogen) lijkt een ander oordeel niet te rijmen met de strekking van de asset freeze.

BarentsKrans cassatieadvocaten Jan-Paul Heering, Jerre de Jong en Guido den Dekker stonden Palladyne in cassatie bij.