AFM en DNB identificeren best practices voor alternatieve rentebenchmarks

Meer artikelen over:Financieringen

Vanaf 1 januari 2022 zal de Benchmarkverordening (2016/1011/EU) volledig van kracht zijn en zullen bepaalde cruciale rentebenchmarks zoals EURIBOR, LIBOR en EONIA in de bestaande vorm niet langer toelaatbaar zijn. Vanaf dan dient voor nieuwe financiële contracten en in beginsel ook voor reeds bestaande financiële contracten, die bovenstaande rentebenchmarks als referentie gebruiken, een alternatieve rentebenchmark beschikbaar te zijn.

Doordat rentebenchmarks wereldwijd op grote schaal in financiële producten en contracten wordt gebruikt en veel aspecten van de bedrijfsvoering van instellingen raakt, dienen instellingen zich tijdig voor te bereiden op de transitie naar alternatieve rentebenchmarks.

Vragenlijst AFM en DNB (april 2019)
Naar aanleiding van de transitie naar alternatieve rentebenchmarks, heeft de AFM en DNB in april 2019 een vragenlijst verstuurd aan de voorzitters van een aantal banken, verzekeraars en pensioenfondsen om inzicht te krijgen in het gebruik van rentebenchmarks, de risico’s die instellingen identificeren bij de transitie en in hoeverre instellingen actie hebben ondernomen om zich voor te bereiden op de transitie.

Bevindingen
Uit de terugkoppeling blijkt onder andere dat de vereiste aanpassing van contracten een van de grote risico’s voor instellingen vormt. Instellingen dienen immers vooraf alle financiële contracten die refereren aan een rentebenchmark in kaart te brengen. Dit is een omvangrijke werkzaamheid die tijdig uitgevoerd moet worden. Vervolgens moeten deze financiële contracten, indien mogelijk, worden voorzien van een alternatieve rentebenchmark. Het risico daarbij is dat er een conflict kan ontstaan met de tegenpartij over het wijzigen of opzeggen van het contract. Bovendien bestaat het risico dat financiële  contracten na een rentebenchmarkwijziging onder regelgeving kunnen komen te vallen waarvan zij momenteel zijn vrijgesteld, zoals margin- en clearingverplichting en rapportage in transactieregisters.

Best practices
Om instellingen aan te sporen tijdig over te gaan op alternatieve rentebenchmarks en vereiste aanpassing van financiële contracten, heeft de AFM en DNB op basis van de reacties op de vragenlijst onderstaande best practices (inschatting van een goede aanpak door een instelling) geïdentificeerd:

  • Inventariseer middels een gedetailleerd en compleet overzicht het gebruik van rentebenchmarks in de gehele organisatie, alsook de looptijden van het gebruik van elke rentebenchmark.
  • Identificeer alternatieve rentebenchmarks voor specifieke productgroepen, en gebruik deze waar mogelijk.
  • Stel een centraal georganiseerd projectteam samen die alle rentebenchmark gerelateerde activiteiten binnen de instelling kan overzien en rapporteren op bestuursniveau. Van belang is dat het projectteam met een planning werkt die aansluit op de timing van de transitie.
  • Maak gebruik van externe adviseurs of marktevenementen zoals rondetafelgesprekken om kennis op te doen.

Contact
Mocht u naar aanleiding van de Benchmarkverordening of de transitie naar een alternatieve rentebenchmark vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Jason van de Pol en Nuray Aslan.