Aanbestedingsrecht: overheidsopdrachten tijdens coronacrisis

Meer artikelen over:COVID-19EU & Mededinging

Op woensdag 1 april j.l. heeft de Europese Commissie een mededeling gepubliceerd met richtsnoeren voor het zo snel mogelijk gunnen van overheidsopdrachten tijdens de coronacrisis. Daaruit blijkt dat aanbestedende diensten zolang de crisis duurt de volgende mogelijkheden hebben:

– In dringende gevallen mogen overheidsinkopers de termijn van aanbestedingsprocedures aanzienlijk verkorten.

– Als het verkorten van termijnen niet volstaat, mag de aanbestedende dienst gebruikmaken van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

– Overheidsinkopers zouden moeten overwegen alternatieve oplossingen te zoeken en de markt in te schakelen.

In spoedeisende gevallen die de reguliere termijnen voor openbare en niet-openbare procedures onhaalbaar maken, kunnen de aanbestedende diensten die termijnen drastisch verkorten. De termijn voor een reguliere openbare procedure kan daarmee worden verkort van 35 naar 15 dagen. Voor niet-openbare procedures kan de termijn van de selectiefase worden verkort van 30 naar 15 dagen en de termijn van de gunningsfase van 30 naar 10 dagen. Dit komt overeen met art. 2.74 Aw, waarin is bepaald dat aanbestedende diensten in geval van een urgente situatie kortere termijnen mogen hanteren. Die urgentie moet door de aanbestedende dienst naar behoren worden onderbouwd.

Mocht ook de verkorte termijn niet kunnen worden afgewacht, dan bevestigt de Europese Commissie dat het tijdens de coronacrisis mogelijk is om de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking wegens dringende spoed toe te passen. Deze procedure is in de Nederlandse wet vastgelegd in art. 2.32 onderdeel c Aw. Het toepassen van deze procedure is volgens de Europese Commissie alleen mogelijk voor het inkopen van goederen, diensten en werken die essentieel zijn om de crisis het hoofd te kunnen bieden en kan dus alleen als noodmaatregel worden ingezet. Bovendien moet het omstandigheden betreffen die niet voorzienbaar waren en ook niet aan de aanbestedende dienst te wijten zijn.

De Commissie geeft aan dat het bij dringende spoed met name gaat om situaties waarin overheidsinkopers al binnen enkele dagen of zelfs uren tot de noodzakelijke aankopen moeten overgaan. De aanbestedende dienst zal dan ook in eerste instantie moeten kijken of het mogelijk is om de termijnen van reguliere aanbestedingsprocedures aanzienlijk te verkorten. Aanbestedende diensten moeten de keuze voor het toepassen van de onderhandelingsprocedure in een proces-verbaal verantwoorden.

Mocht u hierover vragen hebben, neem dan contact op met Joost Fanoy en/of Karlijn de Groes